top of page
Zoeken

Rosemarijn vertelt #14 - De tijger die dacht dat hij een schaap was

4 sep
7 minuten om te lezen

Verhalen uit het veld over intimiteit, relaties, lichaam en schaduw




Volgens mij begrijpen we schaduwwerk vaak verkeerd


Schaduwwerk is populair geworden. Ik hoor het woord overal: in opleidingen, coaching, lichaamswerk, therapie en de spirituele wereld. En regelmatig hoor ik iemand zeggen: “Ja, dat weet ik, dat is mijn schaduwkantje.”

Dan denk ik altijd: maar als jij precies weet wat jouw schaduwkantje is, is het dan nog werkelijk schaduw?


Want dat is nou juist het fascinerende aan de schaduw: wat je niet weet, weet je niet.


Natuurlijk kun je bewustzijn krijgen op oude patronen en delen die lange tijd buiten beeld lagen. Maar de werkelijk onbewuste schaduw kan ondertussen gewoon je leven besturen zonder dat je weet dat dit gebeurt. Ze kan bepalen op wie je verliefd wordt, aan wie je je mateloos ergert, wie je bewondert, waar je jezelf klein houdt en welke keuzes je steeds opnieuw maakt.


En misschien is een van de grootste misverstanden over Carl Jung wel dat we de schaduw zijn gaan verwarren met onze slechte kanten.


Alsof schaduwwerk vooral betekent dat je de psychologische kelder in moet om daar je jaloezie, agressie, schaamte, angst en andere ellende op te ruimen.

Natuurlijk liggen daar stukken van. Jung zag de confrontatie met de schaduw als een wezenlijk onderdeel van zelfkennis. Maar zijn gedachtegoed is veel rijker dan het idee dat er beneden alleen maar monsters wonen. In het onbewuste kunnen ook instincten, creativiteit, levenskracht en kwaliteiten liggen die nooit werkelijk door het bewuste ego zijn toegelaten.


En precies dát gedeelte van schaduwwerk fascineert mij misschien nog wel het meest.


Want wat als er in jouw kelder niet alleen een monster zit?

Wat als daar ook een koningin zit?



Wat als je niet je duisternis, maar je kracht hebt weggestopt?


Stel dat je als klein meisje hebt geleerd dat je vooral niet te aanwezig moet zijn. Misschien vond je vader krachtige vrouwen ingewikkeld, leerde je moeder je dat je vooral gewoon moest doen of werd je op school uitgelachen wanneer je te zichtbaar werd.


Een kind voelt feilloos aan wat het moet doen om bij de kudde te blijven horen.

Dus pas je je aan.


En zo kan er een prachtige volwassen vrouw ontstaan die zorgzaam, sociaal en invoelend is, maar die werkelijk geen idee heeft hoeveel leiderschap er in haar zit. Ze denkt niet: mijn leiderschap zit in mijn schaduw.

Welnee.

Ze denkt:


Zo ben ik gewoon niet.


En juist achter die zin kan een enorme deur zitten.


Misschien heb je niet alleen geleerd om je woede weg te stoppen, maar ook je daadkracht. Niet alleen je seksualiteit, maar ook je vermogen om werkelijk te ontvangen. Niet alleen je agressie, maar ook je vermogen om te begrenzen, zichtbaar te worden en te zeggen: dit is wat ik wil.


Dat is voor mij een van de mooiste kanten van Jungiaans schaduwwerk. We gaan niet alleen op zoek naar wat er mis met je is. We gaan onderzoeken wie je óók bent, zonder dat je het zelf nog weet.



De tijger die zijn hele leven dacht dat hij een schaap was


Er bestaat een prachtige oude parabel uit de traditie van de Indiase mysticus Sri Ramakrishna. Het verhaal is dus niet van Jung, maar voor mij verbeeldt het bijna perfect wat ik bedoel wanneer ik over schaduw spreek.

Er groeit een jonge tijger op tussen een kudde schapen.

Hoe hij daar precies terechtgekomen is, doet er eigenlijk niet eens toe. Hij groeit er op en weet niet beter. Hij eet wat de schapen eten, loopt waar de schapen lopen en beweegt met de kudde mee.

En het prachtige is: deze tijger heeft helemaal geen identiteitscrisis.

Hij ligt 's avonds niet wakker met de gedachte: volgens mij onderdruk ik mijn authentieke tijgerpotentieel.

Hij denkt dat hij een schaap is.

Hij weet niet wat hij niet weet.


Totdat er op een dag een volwassen tijger verschijnt en met verbazing naar die kudde kijkt. Want daar, tussen al die schapen, loopt een tijger gras te eten.

De volwassen tijger grijpt hem en de jonge tijger raakt volledig in paniek. Hij wil helemaal niet bevrijd worden. Hij wil terug. Terug naar zijn kudde, naar het gras, naar zijn veilige wereld waarin hij precies weet wie hij is en hoe het leven werkt.

Maar de volwassen tijger neemt hem mee naar het water en laat hem kijken.

Kijk naar mij.

En kijk nu naar jezelf.


Voor het eerst ziet de jonge tijger iets wat zijn hele werkelijkheid ondersteboven haalt.

Hij lijkt helemaal niet op een schaap.

In de oorspronkelijke parabel krijgt hij uiteindelijk vlees te proeven. Eerst weigert hij. Natuurlijk weigert hij. Vlees past helemaal niet bij degene die hij denkt te zijn. Maar uiteindelijk proeft hij ervan en begint er iets wakker te worden wat al die tijd in hem heeft gezeten.

Zijn tijgernatuur. Niet iets wat hem door een coach wordt aangeleerd. Niet een betere versie van zichzelf. Iets wat hij altijd al was, maar waarvan hij geen bewustzijn had.

En daarna kan hij niet meer volledig terug naar het oude verhaal over zichzelf.



Misschien is dát wel schaduwwerk


Voor mij is dit zo'n prachtig beeld van het individuatieproces.

Niet: kijk eens hoe slecht je eigenlijk bent.

Maar: kijk eens wie je óók bent.

En soms is dat minstens zo confronterend.


We denken vaak dat we vooral bang zijn om onze jaloezie, agressie of egoïstische kanten onder ogen te komen. Maar ik heb in mijn werk heel vaak gezien dat mensen minstens zo bang kunnen zijn voor hun eigen potentieel.

Want stel dat je werkelijk ontdekt dat je kunt leiden.


Dan kun je niet eeuwig blijven vertellen dat anderen jouw leven bepalen.

Stel dat je ontdekt dat je eigenlijk kunstenaar bent en al twintig jaar niet maakt wat er gemaakt wil worden. Of dat je seksualiteit veel groter blijkt dan het kleine stukje dat je jezelf hebt toegestaan. Misschien ontdek je dat je een ondernemer bent, een schrijver, een healer, een leider, een geliefde of een vrouw die een volkomen helder nee kan uitspreken.


Dat klinkt prachtig.

Totdat je beseft dat potentieel ook verantwoordelijkheid vraagt.

Een tijger kan zichzelf eenmaal in het water zien en daarna moeilijk onbekommerd verdergaan met blaten.



Daarom is de kudde zo aantrekkelijk


Dat bedoel ik niet neerbuigend. Erbij horen is een diep menselijke behoefte. De kudde geeft veiligheid en wie buiten de gebaande paden gaat lopen, loopt het risico afgewezen te worden. Wie zijn kop boven het maaiveld uitsteekt, wordt gezien.

En gezien worden betekent dat mensen ook iets van je gaan vinden.

Dus blijven we soms liever degene die we altijd zijn geweest.

En daar wordt projectie interessant.


Misschien erger jij je mateloos aan die ene vrouw die volgens jou veel te aanwezig is. Ze praat te hard, neemt te veel ruimte in en vindt zichzelf blijkbaar geweldig. Misschien heb je gewoon gelijk en is ze ontzettend irritant.

Maar als er heel veel lading op zit, word ik als Jungiaans werker nieuwsgierig.

Waarom raakt juist zíj jou zo?


Hetzelfde geldt voor bewondering. Wie zet jij op een voetstuk? Wie heeft volgens jou een ongelooflijke vrijheid, seksualiteit, creativiteit of kracht die jij zelf totaal niet bezit?

Misschien kijk je soms naar iemand die iets voor jou leeft wat jij nog niet als deel van jezelf kunt herkennen. Misschien loopt daar buiten jou een tijger rond die iets heeft toegeëigend wat jij ooit bij de schapen hebt achtergelaten.



“Mijn schaduwkantje” is daarom een interessante uitspraak


Wanneer iemand tegen mij zegt: “Ja hoor, dat ken ik, dat is mijn schaduwkantje”, vind ik dat dus eigenlijk pas het begin.

Want zodra je iets kunt zien en benoemen, is er al bewustzijn ontstaan. Dat betekent niet dat een complex onmiddellijk verdwenen of volledig geïntegreerd is, maar er valt inmiddels licht op.

Veel interessanter wordt de vraag:

Wat kun je nog níét zien?


En precies daarom kunnen relaties zo'n fantastische ingang zijn voor schaduwwerk. Andere mensen raken voortdurend stukken in ons aan waarvan wij dachten dat ze niets met ons te maken hadden.


De vrouw die je veel te dominant vindt.

De man die volgens jou veel te gevoelig is.

De collega die zichzelf schaamteloos op de voorgrond zet.

De vriendin die seksueel veel vrijer leeft dan jij ooit zou durven.


We kunnen natuurlijk concluderen dat al deze mensen ontzettend irritant zijn.

Maar soms loont het om nog even te blijven zitten bij de lading.


Niet om automatisch te concluderen: wat ik in jou zie, zit dus in mij. Zo eenvoudig werkt projectie niet.

Wel om nieuwsgierig te worden.

Waarom raakt dit mij zo?

Daar kan een deur zitten.



Individuatie gaat niet over een beter mens worden


Dat is waarom ik het individuatieproces van Jung zo'n prachtig uitgangspunt vind. Voor mij gaat het niet over eindeloos aan jezelf werken omdat je nog niet goed genoeg bent.

Het gaat over vollediger worden.

Over een steeds ruimere relatie krijgen met alles wat in jou leeft, ook met delen die niet pasten binnen de persoonlijkheid die je ooit nodig had om veilig te zijn en erbij te horen.


Soms betekent dat inderdaad dat je je agressie moet ontmoeten.

Maar soms moet de vrouw die haar hele leven lief is geweest haar tanden ontdekken.


En soms moet de man die altijd sterk moest zijn ontdekken hoeveel kracht er in zijn zachtheid zit.

Dat zijn voor mij geen tegenstellingen die we moeten oplossen. Juist in die polariteiten leren we onszelf kennen.


En daar begint uiteindelijk individuatie: niet doordat één kant wint, maar doordat onze identiteit groot genoeg wordt om steeds meer van onszelf te kunnen dragen.



Daarom wil ik met schaduwwerk niet in de kelder blijven wonen


Dat is ook een belangrijke basis onder onze Intimacy & Shadow Work Practitioner van Yuman Art.

Natuurlijk werken we met schuld, schaamte, pijn, trauma, innerlijke kinderen en beschermingsmechanismen. Die delen verdienen zorgvuldigheid en tijd.

Maar we gaan niet de kelder in om daar voor altijd te blijven zitten.

We willen ook weten wat er onder al die bescherming ligt.


Want wat heb je aan twintig jaar bewustzijn over je onderdrukte kracht wanneer je nog steeds geen nee durft te zeggen? Wat heb je aan eindeloos praten over je seksualiteit wanneer je nog steeds niet durft te voelen wat je werkelijk verlangt?

Op een gegeven moment wil iets geleefd worden.


En misschien is dat wel waarom ik schaduwwerk uiteindelijk zo hoopvol vind.

Je weet namelijk niet wat je gaat vinden.


Misschien kom je iets tegen wat pijn doet. Misschien ontdek je een patroon waarvan je schrikt en moet je verantwoordelijkheid nemen voor iets wat je jarenlang op andere mensen hebt geprojecteerd.


Maar misschien kom je dichterbij en blijkt datgene waarvoor je zo bang was helemaal geen monster te zijn.


Misschien staat daar iets naar je te kijken wat al heel lang op je wacht.

Een kracht. Een verlangen. Een stem.


Een leven waarvan je niet wist dat het van jou kon zijn.

En misschien kom je dan op een dag, net als die jonge tijger, bij het water terecht.

Je kijkt naar je spiegelbeeld.

Je kijkt nog één keer naar de kudde achter je.

En ineens zie je iets wat je daarna niet meer helemaal níét kunt zien.


De schaduw was niet alleen de plek waar je verborgen hield wat je niet mooi vond aan jezelf.


Er lag ook een leven te wachten dat je nog niet wist dat je kon leven.

En ergens in dat leven stond al die tijd een tijger. Niet om een beter schaap te worden. Maar om eindelijk te ontdekken dat hij er nooit één is geweest.

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page