Rosemarijn vertelt #15 - Dark Night of the Soul: als je oude leven afbrokkelt en er geen weg meer terug is.
Verhalen uit het veld over intimiteit, relaties, lichaam en schaduw

De Dark Night of the Soul is geen nacht
Was het maar zo'n feest.
Was het maar zo dat je 's avonds de gordijnen dichtdoet omdat je werkelijk niet meer weet hoe het verder moet, een verschrikkelijke nacht doormaakt en de volgende ochtend de gordijnen weer opentrekt en denkt: hé, de zon schijnt weer.
Zo werkt de Dark Night of the Soul meestal niet.
De term zelf is veel ouder dan Carl Jung en komt oorspronkelijk uit de christelijke mystiek van Johannes van het Kruis. Tegenwoordig wordt de Dark Night of the Soul veel breder gebruikt voor een diepe existentiële of spirituele crisis waarin datgene waaraan je altijd houvast hebt ontleend ineens niet meer werkt. En hoewel Jung deze term niet zelf heeft bedacht, herken ik in die ervaring heel veel van wat hij beschreef als het individuatieproces: de beweging waarin de oude identiteit niet langer groot genoeg is en we geconfronteerd worden met delen van onszelf die we nog niet werkelijk hebben kunnen leven.
Zo'n Dark Night kan worden getriggerd door iets wat je leven plotseling openbreekt. Een overlijden, een scheiding, ziekte, faillissement, verraad of een andere levensveranderende gebeurtenis kan voldoende zijn om de eerste steen om te duwen, waarna je ontdekt dat er niet één steen valt, maar een hele rij.
Ik vergelijk het vaak met een sneeuwbal die boven op een berg begint te rollen. In eerste instantie lijkt er misschien maar één ding aan de hand, maar terwijl de bal naar beneden rolt, neemt hij steeds meer mee en wordt hij groter en groter. Ineens staan niet alleen je relatie of je gezondheid ter discussie, maar ook wie je bent, wat je belangrijk vindt, welke mensen nog bij je passen en waar je al die jaren eigenlijk je identiteit aan hebt ontleend.
En als die bal eenmaal werkelijk rolt, bestaat er vaak geen weg meer terug naar precies degene die je daarvoor was.
Ik ken dat landschap
Wanneer ik hierover schrijf, doe ik dat niet alleen als therapeut, opleider of Jungiaans werker. Ik ken dit landschap zelf en ben er in mijn leven verschillende keren doorheen gelopen.
De eerste keer dat ik werkelijk ervoer hoe een leven in een vóór en een ná kan worden verdeeld, was ik zevenentwintig. Mijn hartsvriendin overleed aan een hersentumor en met haar overlijden verloor ik niet alleen iemand van wie ik intens veel hield, maar veranderde mijn verhouding tot het leven zelf. Er was een Rosemarijn vóór haar overlijden en langzaam moest er een Rosemarijn ontstaan die verder kon leven zonder haar, terwijl ik in die periode natuurlijk helemaal niet wist wie die vrouw zou worden.
Twee jaar later, toen ik negenentwintig was, kreeg ik de ziekte van Hodgkin. Opnieuw kwam ik in datzelfde niemandsland terecht, maar ditmaal via mijn eigen lichaam. Gezondheid, toekomst, sterfelijkheid en het vanzelfsprekende idee dat je het leven kunt plannen kwamen op losse schroeven te staan. Achteraf kun je betekenis geven aan zo'n periode en zien hoeveel erdoor veranderd is, maar midden in een Dark Night voelt het meestal helemaal niet als een prachtig transformatieproces. Je loopt gewoon door een kaal landschap en hebt soms geen flauw idee waar de uitgang is.
Veel later, op mijn achtenveertigste, kwam ik opnieuw op zo'n drempel terecht. Ik was dertig jaar samen geweest met een man en moest onder ogen zien dat mijn gevoelens voor vrouwen niet iets waren wat ik nog langer aan de rand van mijn bestaan kon houden. Uiteindelijk betekende dat dat ik mijn huwelijk moest beëindigen en uit de kast kwam.
Die derde ervaring heeft mij iets belangrijks geleerd over de Dark Night of the Soul: soms begint hij niet doordat het leven iets van je afneemt, maar doordat iets in jou niet langer bereid is om ongeleefd te blijven.
Je bent te groot geworden voor het huis waarin je woont
Daar moet ik altijd denken aan Alice in Wonderland. Alice eet iets waardoor ze zo groot wordt dat het huis waarin ze zit haar letterlijk niet meer kan bevatten. Ze zit klem en begint zo verschrikkelijk te huilen dat er een enorme hoeveelheid tranen ontstaat.
Ik vind dat een prachtig beeld voor zo'n fase in een mensenleven. Het huis hoeft niet verkeerd te zijn geweest. Misschien heeft het je jarenlang veiligheid gegeven en paste je er ooit uitstekend in, maar ineens ben jij groter geworden dan de vorm waarin je probeert te blijven zitten.
Dat heb ik zelf tijdens mijn coming-out diep ervaren. Het leven dat ik daarvoor had geleid was niet ineens een leugen en hoefde ook niet achteraf afgekeurd te worden. Ik had liefgehad, geleefd, een gezin opgebouwd en dertig jaar mijn leven met een man gedeeld. En tegelijkertijd kwam er een punt waarop ik iets over mezelf niet meer níét kon weten.
Dan wordt het oude huis te klein.
En dat klinkt bevrijdend totdat je degene bent die eruit moet breken.
Want een individuatieproces is niet alleen maar vrijheid en zelfrealisatie. Wanneer je werkelijk verandert, kan dat ook betekenen dat relaties veranderen, oude zekerheden verdwijnen en mensen van wie je houdt niet automatisch mee kunnen bewegen met degene die jij aan het worden bent.
Simba moet nog steeds door het verdorde land
Daarom vind ik The Lion King zo'n prachtig mythisch verhaal. Simba krijgt uiteindelijk het inzicht over wie hij is en waar hij vandaan komt, maar daarmee is zijn reis nog helemaal niet klaar. Hij moet terug naar Pride Rock en beweegt opnieuw door een landschap dat dor, donker en bijna levenloos is geworden.
Dat is een essentieel onderdeel van de Hero’s Journey van Joseph Campbell. Campbell beschreef de grote mythische beweging als separation, initiation en return, waarbij de held onderweg beproevingen en helpers ontmoet, afdaalt naar een dieptepunt en een supreme ordeal ondergaat voordat terugkeer en wedergeboorte mogelijk worden. De bekende termen Tests, Allies and Enemies, Ordeal en Resurrection zijn vooral bekend geworden via latere uitwerkingen van Campbells model, maar de onderliggende beweging zit diep in zijn werk. (JCF)
En vooral The Ordeal, de grote beproeving, vind ik belangrijk wanneer we spreken over een Dark Night of the Soul.
Want het inzicht is nog niet de transformatie.
Je kunt ineens begrijpen waarom je huwelijk niet meer klopt, waarom je werk je leegtrekt of waarom je jarenlang een bepaald deel van jezelf hebt onderdrukt, maar daarna moet je met dat inzicht terug het leven in. Je moet misschien gesprekken voeren die je niet wilt voeren, keuzes maken waarvan je de consequenties niet kunt overzien en afscheid nemen van een identiteit die je jarenlang veiligheid heeft gegeven.
Tijdens die weg kom je ook je allies tegen, de mensen die een stuk met je meelopen, maar eveneens je tests en soms je enemies. En die vijand hoeft helemaal niet buiten jezelf te staan. Het kan net zo goed de oude stem in jezelf zijn die je influistert dat je onmiddellijk moet terugkeren naar het bekende, omdat het daar tenminste veilig was.
Het gevaar van het moeras der droefenis
Er is nog een mythisch beeld dat ik nooit vergeet: het Moeras der Droefenis uit The NeverEnding Story. Het paard Artax zakt steeds verder weg in het moeras en kan uiteindelijk niet meer verder.
Voor mij verbeeldt dat een heel belangrijk onderscheid, want ik wil de Dark Night of the Soul absoluut niet romantiseren.
Een diepe existentiële crisis kan maanden duren en soms zelfs veel langer. Wanneer angst, verlies, schuld, schaamte, woede en verdriet zich opstapelen, kan iemand psychisch ernstig ontregeld raken. Een spirituele of existentiële crisis is bovendien niet automatisch hetzelfde als een depressie, burn-out of andere psychische aandoening, en het is gevaarlijk wanneer we ernstige klachten simpelweg wegzetten als: jij zit gewoon even in je Dark Night, vertrouw het proces maar.
Juist wanneer je het gevoel krijgt dat je wegzakt in dat moeras, is uitreiken belangrijk. Naar vrienden, familie, een goede therapeut of passende professionele hulp wanneer je niet meer kunt functioneren of de wanhoop je overspoelt. Psychologische literatuur maakt eveneens onderscheid tussen spirituele worsteling en klinische wanhoop, waarbij langdurige wanhoop het functioneren ernstig kan aantasten. (Psychology Today)
Soms is moed niet dat je alleen verderloopt.
Soms is moed dat je een hand vastpakt.
De rups weet nog niet dat hij een vlinder wordt
En dan is er voor mij nog één beeld dat misschien wel het allermooiste is: de rups en de cocon.
De rups heeft gegeten, verzameld en gebouwd en bereikt uiteindelijk een fase waarin zijn oude vorm niet meer verder kan. In de cocon vindt een radicale metamorfose plaats waarin veel van het oude lichaam wordt afgebroken en opnieuw georganiseerd voordat de vlinder tevoorschijn kan komen.
Als metafoor vind ik dat bijna ontroerend mooi, omdat het precies dat niemandsland beschrijft. Je bent niet meer wie je was, maar je hebt nog geen idee wie je wordt.
En dat is een buitengewoon kwetsbare positie.
We willen dan vaak zo snel mogelijk een antwoord. Een nieuwe relatie, een nieuw huis, een nieuwe baan, een nieuwe identiteit of desnoods een nieuwe spirituele overtuiging waaraan we ons kunnen vastklampen. Alles liever dan een tijdje niet weten.
Maar misschien vraagt juist dit gedeelte van het individuatieproces iets anders. Misschien vraagt het dat je niet onmiddellijk een nieuwe identiteit bouwt om de oude te vervangen, maar een tijd kunt verdragen dat je het werkelijk niet weet.
Campbell beschreef die mythische beweging uiteindelijk als een terugkeer uit het rijk van angst en duisternis, waarbij wedergeboorte niet betekent dat het oude simpelweg opnieuw tot leven wordt gewekt. Het gaat om de geboorte van iets nieuws. (JCF)
Ik zou mijn eigen Dark Nights nooit romantiseren
Als ik nu terugkijk op die drie grote Dark Nights in mijn eigen leven, zou ik tegen mijn zevenentwintigjarige zelf, mijn negenentwintigjarige zelf of de vrouw die ik op mijn achtenveertigste was nooit zeggen: geniet ervan, dit is je transformatie.
Daarvoor deden die periodes veel te veel pijn.
Wat ik inmiddels wel weet, is dat ik na geen van die ervaringen precies dezelfde vrouw ben gebleven. Iedere keer brak er iets open en moest ik opnieuw onderzoeken wie ik was wanneer oude zekerheden, identificaties en verhalen over mezelf niet meer vanzelfsprekend waren.
Misschien is dat voor mij uiteindelijk de betekenis van de Dark Night of the Soul. Het is geen spirituele quick fix en zeker geen romantisch nachtje waarin je even door je schaduw heen werkt. Het is een drempelervaring waarin het oude niet meer voldoende werkt en het nieuwe nog geen naam heeft.
Juist daar hebben we elkaar nodig. Niet om iemand uit zijn cocon te trekken of te vertellen wanneer het tijd is om eindelijk een vlinder te worden, maar om aanwezig te blijven terwijl iemand door een landschap loopt waarvoor nog geen kaart bestaat.
Want misschien hoeft de rups helemaal niet gerepareerd te worden.
Misschien is het veel spannender dan dat.
Misschien is hij bezig iets te worden wat hij vanuit zijn oude vorm nog onmogelijk kan begrijpen.





Opmerkingen