top of page
Zoeken

Rosemarijn vertelt #09 - Soms noem ik mezelf een heilige hoer - zonder seks te hebben met mijn cliënten

  • 16 aug
  • 10 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 6 dagen geleden

Verhalen uit het veld over intimiteit, relaties, lichaam en schaduw

Over intimiteitscoaching, consent, professionele grenzen, pleasure en het innerlijke kompas van de intimiteitswerker




Soms zou ik mezelf een heilige hoer willen noemen


Soms denk ik weleens: misschien ben ik in mijn werk een soort heilige hoer. Of een prostituee zonder dat ik seks heb met mijn cliënten.

Ik weet dat dit een zin is die kan schuren. Misschien roept hij zelfs weerstand op. Toch raakt het beeld voor mij aan iets wezenlijks in mijn werk, omdat ik geloof dat er menselijke thema's bestaan die je niet altijd volledig kunt aanraken door tegenover elkaar in twee stoelen te zitten en erover te praten.


We kunnen praten over verlangen. We kunnen praten over schaamte, seksualiteit, overgave, begeerd willen worden, niet durven ontvangen of bang zijn voor aanraking. We kunnen een prachtige analyse maken van waarom je bevriest zodra iemand dichtbij komt en we kunnen precies begrijpen waar jouw moeite met grenzen vandaan komt.

Maar soms komt er een moment waarop praten niet verder komt.

Het lichaam wil meedoen.


En dan ontstaat een ingewikkelde vraag: bij wie kun je daarmee terecht?

Bij wie kun je veilig genoeg zijn om intimiteit niet alleen te bespreken, maar ook in een professionele setting te onderzoeken? Wie kan dichtbij komen zonder iets van jou nodig te hebben? Welke practitioner kan werken met aanraking, verlangen, schaamte en erotische energie zonder dat de grens tussen de hulpvraag van de cliënt en de behoefte van de begeleider vervaagt?

Voor mij begint daar het vak van intimiteitswerker.



“Maar Rosemarijn, mag jij daar zelf dan ook van genieten?”


Het is een vraag die ik regelmatig krijg wanneer ik over mijn werk vertel.

Wat gebeurt er eigenlijk met jou wanneer je zo intiem met iemand werkt? Zet jij jezelf dan helemaal uit? Mag jij zelf iets voelen? Mag je genieten van een ontmoeting? En wat doe je wanneer je iemand aantrekkelijk vindt?

Mijn antwoord is misschien minder eenvoudig dan mensen verwachten.

Natuurlijk voel ik.

Ik ben geen ijskonijn.

Sterker nog, ik zou helemaal niet willen dat een intimiteitswerker een ijskonijn wordt. Wanneer iemand in een ontzettend kwetsbare laag opent en de practitioner tegenover diegene probeert niets te voelen, niets uit te stralen en vooral klinisch op afstand te blijven, kan dat voor mij juist heel onnatuurlijk aanvoelen. In mijn manier van werken ontstaat veiligheid niet doordat ik mijn menselijkheid uitschakel, maar doordat ik verantwoordelijkheid neem voor wat er in die menselijkheid gebeurt.


Ik mag warmte voelen. Ik mag ontroerd raken. Ik mag plezier ervaren in een ontmoeting en voelen dat er levensenergie door een ruimte beweegt. Ik hoef mijzelf niet dood te maken om professioneel te zijn.

Maar er bestaat voor mij een grens die ontzettend helder is geworden.


Zodra ik merk dat ik iets bij mijn cliënt begin te halen, stop ik.

Daar ligt mijn ethische grens


Dat onderscheid kan soms ontzettend subtiel zijn.

Er kan in een sessie iets ontstaan wat mooi, warm, intiem of zelfs erotisch geladen voelt en wat volledig aansluit bij de hulpvraag van degene met wie ik werk. Ik hoef die energie niet onmiddellijk weg te drukken omdat seksualiteit of verlangen zich aandient. Voor sommige cliënten is het juist onderdeel van hun proces om een kant van zichzelf te leren voelen die jarenlang met schuld en schaamte omgeven is geweest.

Maar mijn innerlijke kompas blijft ondertussen luisteren.

Voor wie gebeurt dit?

Dient wat ik nu doe nog steeds de cliënt?

Of begint er iets te verschuiven waardoor ík iets uit deze ontmoeting wil halen?

Dat laatste is voor mij de grens.


Niet het moment waarop ik iets voel, maar het moment waarop mijn eigen verlangen, behoefte of pleasure de richting van het werk dreigt te gaan bepalen.

Daar moet ik verantwoordelijkheid nemen.



De vrouw die mij begon te begeren


Ik herinner me een vrouw met wie ik werkte tijdens een Kundalini-lichaamswerksessie. Zij viel op vrouwen en ik val zelf ook op vrouwen. Haar hulpvraag ging onder andere over haar seksualiteit, over meer durven openen en over delen die lang met schaamte omgeven waren geweest.

Tijdens de sessie gebeurde er iets bijzonders.


Haar seksuele energie begon steeds duidelijker naar voren te komen en ik zag een kant van haar verschijnen die ik archetypisch als een enorme dark feminine zou omschrijven. Er kwam iets oers tevoorschijn, iets begeerlijks en ongegeneerds, alsof een deel dat heel lang had moeten wachten eindelijk toestemming kreeg om in de ruimte aanwezig te zijn.

Ik zag ook dat haar begeerte zich op mij begon te richten.

En in eerste instantie vond ik dat prachtig.


Niet omdat ik daar iets van haar mee wilde, maar omdat het precies aansloot bij waar zij mee kwam. Ze mocht voelen. Ze mocht verlangen. Ze mocht ontdekken dat haar seksuele energie niet vies, gevaarlijk of beschamend was en ik hoefde niet achteruit te deinzen om haar te laten weten dat ik die kant van haar kon verdragen.

Dat was belangrijk. Totdat ik iets anders voelde.



Ineens voelde ik: nu begin ík het iets te leuk te vinden


Er verschoof iets heel subtiels in mij.

Ik merkte dat ik op dezelfde frequentie begon te reageren en dat haar energie mij persoonlijk raakte. Niet alleen als practitioner die aanwezig was bij haar proces, maar als vrouw.


En ergens in mijn buik en mijn hart kwam onmiddellijk een heel helder signaal:

Ho. Nu begint het ook over mij te gaan.

Dat was voor mij het moment om te stoppen. Niet omdat zij iets verkeerd had gedaan. Niet omdat haar verlangen gevaarlijk was geworden en ook niet omdat ik mijzelf op mijn kop hoefde te geven omdat ik een menselijke reactie had.


Ik heb de sessie met humor even stilgelegd en haar verteld wat ik bij mezelf opmerkte. Dat ik merkte dat ik het zelf net iets te leuk begon te vinden en dat ik juist wilde dat de ruimte tussen ons veilig en professioneel bleef.

En daarmee gebeurde iets wat ik ontzettend waardevol vond.


Niemand hoefde afgewezen te worden.

Haar seksualiteit niet. Mijn menselijkheid niet. En onze professionele grens ook niet.



We gingen thee drinken


We hebben letterlijk de sessie even onderbroken en zijn samen thee gaan drinken. We praatten over wat er was gebeurd en onderzochten opnieuw onze intentie. Wat was haar hulpvraag? Wat waren we hier aan het doen? Wat had zij nodig en wat moest ik opnieuw innemen om haar daarin werkelijk te kunnen begeleiden?

Door dat uit te spreken kon ik mijn professionele positie opnieuw heel duidelijk voelen. Mijn aandacht verschoof terug naar haar proces en de helderheid kwam onmiddellijk terug.

Dat moment heeft mij veel geleerd over wat ik onder ethisch intimiteitswerk versta.

Ik hoefde mijn reactie niet te onderdrukken. Ik hoefde mezelf niet te veroordelen.

Maar ik mocht mijn reactie ook niet gebruiken als toestemming om verder te gaan.

Voelen is niet hetzelfde als handelen. En misschien geldt dat nergens zo sterk als in professioneel intimiteitswerk.



Een innerlijk kompas is iets anders dan “doen wat goed voelt”


Binnen de Intimacy & Shadow Work Practitioner-opleiding van Yuman Art vind ik het daarom ontzettend belangrijk dat deelnemers een eigen innerlijk kompas ontwikkelen.

Maar met een innerlijk kompas bedoel ik nadrukkelijk niet: ik doe gewoon wat voor mij goed voelt.


Dat zou binnen een professionele relatie juist gevaarlijk kunnen worden.

Een practitioner heeft een andere positie dan een cliënt. De cliënt komt met een hulpvraag en stelt zich mogelijk lichamelijk, emotioneel of seksueel kwetsbaar op. Juist daardoor rust er op degene die begeleidt een grotere verantwoordelijkheid om grenzen te bewaken.


Een innerlijk kompas moet daarom samengaan met een professioneel kader: heldere afspraken vooraf, geïnformeerd en voortdurend consent, duidelijke grenzen rond aanraking, hygiëne, intake en screening, aandacht voor overdracht en tegenoverdracht en de bereidheid om intervisie of supervisie te zoeken wanneer je merkt dat je eigen stukken te sterk in het werk terechtkomen.

Ook moet je weten wat binnen jouw specifieke professionele rol, opleiding en wettelijke context wel en niet is toegestaan. Een intimiteitscoach, lichaamswerker, seksuoloog en geregistreerde therapeut hebben immers niet automatisch dezelfde professionele bevoegdheden of ethische codes.

Innerlijk voelen vervangt die kaders niet. Het komt erbij.



Consent begint daarom al vóór iemand op je behandeltafel ligt


Goed consent begint voor mij niet pas wanneer iemand wordt aangeraakt.

Het begint veel eerder.

Wat staat er op je website? Begrijpt iemand wat voor praktijk je hebt? Is duidelijk wat je wel en niet aanbiedt? Wat bespreek je tijdens een intake? Welke aanraking kan onderdeel zijn van een sessie en welke absoluut niet? Hoe kan iemand tijdens een oefening van gedachten veranderen? Wat doe je wanneer iemand bevriest en verbaal ja zegt terwijl het lichaam iets totaal anders lijkt te vertellen?

En minstens zo belangrijk: wat zijn jouw eigen grenzen als practitioner?

Want consent geldt niet alleen voor de cliënt. Een cliënt kan iets van mij vragen en mijn antwoord kan nee zijn.

Ik hoef niets aan te bieden omdat iemand ervoor betaalt. Ik hoef een grens niet te verleggen omdat het therapeutisch interessant zou kunnen zijn en ik hoef mijn lichaam niet beschikbaar te maken omdat iemand vindt dat dit bij intimiteitscoaching hoort.


Een goede intimiteitswerker moet daarom niet alleen cliënten leren hun grenzen te voelen.

Die moet dat zelf minstens zo goed kunnen.



Hoe voorkom je dat mensen iets heel anders van je praktijk verwachten?


Ook dat is onderdeel van professionaliteit.

Wanneer je werkt met woorden als intimiteit, seksualiteit, pleasure, erotiek, massage of lichaamswerk, kunnen mensen daar totaal verschillende verwachtingen bij hebben. Daarom moet je communicatie ongelooflijk helder zijn.


Wat bied je precies aan? Wat niet?

Welke professionele rol neem je in?

Waar liggen je fysieke grenzen?

Hoe ziet consent eruit?

Hoe ga je om met hygiëne?

Wat gebeurt er wanneer iemand tijdens een traject een verzoek doet dat buiten jouw professionele kader valt?


Een goede intake is voor mij daarom geen formaliteit. Het is een belangrijk onderdeel van veiligheid voor beide kanten. Soms betekent professioneel werken ook dat je vóór het traject al voelt: deze hulpvraag past niet bij mij, de verwachtingen kloppen niet of ik ben niet de juiste practitioner voor deze persoon.


Dan is nee zeggen professioneel.

Doorverwijzen kan professioneel zijn.

En een sessie beëindigen kan soms net zo professioneel zijn als haar beginnen.



Pleasure is niet hetzelfde als iets bij je cliënt halen


Daarmee kom ik terug bij die vraag die mensen mij zo vaak stellen: mag een intimiteitscoach zelf pleasure ervaren?


Voor mij is het antwoord ja, zolang ik heel precies blijf onderzoeken van wie de sessie is. Pleasure kan ook betekenen dat ik geniet van het feit dat iemand opent, dat ik geraakt word door de schoonheid van een lichaam dat eindelijk ontspant of dat ik warmte en levendigheid voel wanneer iemand een deel van zichzelf terugvindt. Menselijke resonantie hoeft niet uit een professionele relatie verwijderd te worden.


Maar zodra ik de cliënt nodig begin te hebben voor mijn eigen genot, bevestiging, verlangen of seksuele behoefte, verandert er iets fundamenteels.

Dan dient de ontmoeting niet langer uitsluitend het proces waarvoor de cliënt bij mij kwam.

Dat is mijn alarmsignaal.

En daar wil ik ongelooflijk eerlijk over zijn, juist omdat intimiteitswerk volgens mij gevaarlijk kan worden wanneer practitioners zichzelf gaan vertellen dat alles wat zij voelen vanzelf therapeutisch is.

Dat is niet zo.



Juist macht moet onderdeel van het gesprek zijn


Een van de belangrijkste onderwerpen binnen professioneel intimiteitswerk is daarom macht.

Een practitioner kan veel invloed hebben. Iemand kijkt naar je op, vertrouwt je, vertelt dingen die misschien nooit eerder zijn uitgesproken en kan in een lichaamsgerichte sessie in een ontzettend kwetsbare staat terechtkomen.

Dan is “maar de cliënt zei toch ja?” voor mij onvoldoende.

Consent is meer dan één keer toestemming geven.

Iemand moet vrij kunnen kiezen, begrijpen waartoe diegene toestemming geeft, kunnen vertragen, opnieuw kunnen voelen en zonder druk kunnen stoppen. En de practitioner moet beseffen dat de machtsverhouding invloed kan hebben op hoe gemakkelijk iemand überhaupt nee durft te zeggen.


Juist wanneer we heel dichtbij werken, moeten onze ethische grenzen scherper worden. Niet vager.



De intimiteitswerker hoeft geen ijskonijn te worden


Tegelijkertijd wil ik aan de andere kant niet terechtkomen.

Ik geloof niet dat veiligheid ontstaat doordat we als practitioner niets meer voelen, achter een professioneel masker verdwijnen en seksualiteit behandelen alsof het een theoretisch onderwerp is waar ons eigen lichaam niets mee te maken heeft.

Mijn werk is menselijk. Ik ben menselijk.

Soms word ik ontroerd. Soms voel ik warmte. Soms raakt iemand mij. En heel soms, zoals bij die vrouw tijdens die Kundalini-sessie, ontdek ik dat mijn eigen lichaam ergens op reageert.


Mijn professionaliteit blijkt voor mij niet uit het feit dat zoiets nooit gebeurt.

Mijn professionaliteit begint bij wat ik vervolgens met die informatie doe.

Kan ik het herkennen?

Kan ik verantwoordelijkheid nemen?

Kan ik stoppen?

Kan ik mijn eigen schaduw onderzoeken?

Kan ik mijn verlangen bij mezelf houden in plaats van het door mijn cliënt te laten dragen?


En kan ik, wanneer dat nodig is, zeggen: hier kan ik niet meer zuiver begeleiden en daarom moeten we iets veranderen of moet iemand anders het overnemen?

Dat is volwassen intimiteitswerk.



Misschien is dát voor mij de betekenis van de heilige hoer


En zo kom ik terug bij dat vreemde beeld waarmee ik begon.

De heilige hoer.

Voor mij is dat geen vrouw die seksueel beschikbaar is voor haar cliënten. Het is ook geen vrijbrief om professionele grenzen spiritueel te maken en vervolgens te doen alsof alles geoorloofd is zolang we het maar tantra, energie of heling noemen.


Eerder het tegenovergestelde.

Het is voor mij een archetypisch beeld van iemand die niet bang hoeft te zijn voor seksualiteit om haar grenzen te kunnen bewaken. Iemand die begeerte kan verdragen zonder haar onmiddellijk te hoeven beantwoorden, die pleasure kan voelen zonder er aanspraak op te maken en die dichtbij een ander mens kan komen zonder te vergeten waarom die ander daar is.


Misschien vraagt dat uiteindelijk méér begrenzing dan afstandelijk werken.

Want hoe dichter je bij iemand komt, hoe beter je jezelf moet kennen.

Daarom besteden we binnen de Intimacy & Shadow Work Practitioner-opleiding van Yuman Art uitgebreid aandacht aan consent, ethiek, professionele grenzen, intake en screening, hygiëne, overdracht en tegenoverdracht, lichaamswerk, seksualiteit, Voice Dialogue, schaduwwerk en vooral het ontwikkelen van een eigen professioneel innerlijk kompas.


Niet om practitioners te leren hoe ver ze kunnen gaan.

Maar om ze te leren voelen en begrijpen waarom ze iets doen, voor wie ze het doen en wanneer ze moeten stoppen.


Want uiteindelijk denk ik dat de kwaliteit van een intimiteitswerker niet wordt bepaald door hoeveel intimiteit diegene durft toe te laten.

De kwaliteit zit in het vermogen om heel dichtbij te kunnen komen en tegelijkertijd glashelder te blijven voelen:


dit is jouw proces, dit is mijn gevoel, hier ligt jouw grens en hier ligt de mijne.


En soms is het meest intieme wat je als practitioner kunt doen niet nóg dichterbij komen. Soms is het precies op tijd stoppen.

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page