top of page
Zoeken

Rosemarijn vertelt #06 - Ze had alles, behalve zichzelf

  • 16 aug
  • 12 minuten om te lezen

Verhalen uit het veld over intimiteit, relaties, lichaam en schaduw

Over innerlijk consent, religieuze overtuigingen, Blauwbaard en wakker worden in een leven dat ooit precies goed leek




Op papier klopte werkelijk alles

Toen ze samen bij mij in de relatietherapie kwamen, was het op het eerste gezicht moeilijk te begrijpen waarom hun huwelijk zo diep in crisis verkeerde. Ze hadden vier dochters, een prachtig huis in het groen aan het water en allebei een goedlopend professioneel leven. Zijn carrière ging als een trein en zij had als fysiotherapeut een mooie praktijk aan huis opgebouwd. De kinderen deden het goed, binnen hun kerkgemeenschap waren ze actief en betrokken en ze deden vrijwilligerswerk. Het was zo’n leven waarvan je van buitenaf gemakkelijk kon denken: wat wil je eigenlijk nog meer?

Dat was in ieder geval hoe hij ernaar keek. Hij begreep werkelijk niet wat er gebeurde toen zijn vrouw begon te zeggen dat ze niet meer wist of ze met hem getrouwd wilde zijn. Voor hem stond hun leven er nog steeds, tastbaar en ogenschijnlijk stevig. Het huis stond er, de kinderen waren er, het werk liep, de gemeenschap was er en alles wat zij samen hadden opgebouwd bestond nog.

Maar zij voelde iets totaal anders. Zij wilde eruit, wilde op zichzelf wonen en verlangde naar een leven waarvan ze op dat moment nog nauwelijks wist hoe het eruit moest zien. Ze wist alleen dat het leven waarin ze zat steeds minder voelde als iets wat werkelijk vanuit haarzelf was ontstaan.

En misschien was dat wel de kern van hun hele crisis.

Niet dat ze opeens iets nieuws wilde.


Maar dat ze zich voor het eerst serieus begon af te vragen of ze ooit werkelijk had geweten wat ze zelf wilde.


Waar was haar ja? Waar was haar nee?

Die vraag kwam steeds terug in onze gesprekken.

Waar was haar ja eigenlijk geweest? En waar was haar nee? Toen we haar levensverhaal begonnen uit te pakken, werd langzaam zichtbaar dat zij bijna nooit bewust had geleerd om die vragen aan zichzelf te stellen. Niet omdat iemand haar letterlijk elke keuze had afgenomen, maar omdat er een heel duidelijk kader om haar heen had bestaan waarin al was ingevuld hoe een goed leven eruit hoorde te zien.


Ze was opgegroeid binnen een religieuze omgeving met uitgesproken normen en waarden rondom verkering, huwelijk, seksualiteit, gezin en de rol van een vrouw. Ze zag vriendinnen een relatie krijgen, trouwen, kinderen krijgen en mooie bedrijven of carrières opbouwen. Dat was het script dat zij om zich heen zag en dat script werd zo vanzelfsprekend dat het nauwelijks meer als een keuze voelde.

Je ging verkering krijgen.

Je trouwde.

Je kreeg kinderen.

Je bouwde een goed leven op.

Je droeg bij aan de gemeenschap.

En dus deed zij dat ook.


Niet omdat ze iedere stap bewust had onderzocht en daarna volmondig had gezegd: ja, dit wil ik.

Maar omdat dit was wat een goed leven volgens de wereld waarin zij opgroeide hoorde te zijn.

Daar zit voor mij het thema van innerlijk consent.


Consent gaat niet alleen over of iemand anders toestemming van je heeft. Het gaat ook over de vraag of je zelf werkelijk aanwezig bent in je eigen ja en nee. Of je kunt voelen: wil ik dit? Klopt dit voor mij? Kies ik dit omdat het van mij is, of omdat ik bang ben voor wat er gebeurt wanneer ik afwijk van wat er van mij verwacht wordt?

Bij haar was dat innerlijke gesprek nauwelijks ontwikkeld.


Het meisje dat vooral blij was dat iemand haar koos

Om te begrijpen waarom ze zo gemakkelijk in dat bestaande levensscript was gestapt, moesten we terug naar haar puberteit.

Ze had jarenlang veel last gehad van acne en voelde zichzelf daardoor weinig aantrekkelijk. Om haar heen zag ze vriendinnen gemakkelijk verkering krijgen en aandacht ontvangen, terwijl zij steeds meer het gevoel ontwikkelde dat zij misschien degene zou zijn die zou overblijven.

Dat doet iets met een jong meisje. Niet omdat uiterlijk allesbepalend is, maar omdat in die levensfase je zelfbeeld voor een deel ontstaat in de ogen van anderen. Wie kijkt naar mij? Wie vindt mij mooi? Ben ik aantrekkelijk? Zal iemand mij kiezen?

Toen ze rond haar negentiende aandacht kreeg van een man uit dezelfde kerkgemeenschap, was dat daarom niet zomaar een ontmoeting. Ze wist achteraf gezien eigenlijk vanaf het begin al dat hij misschien niet de grote, vanzelfsprekende match was waar iets in haar diep van ging leven.

Maar hij was wel een goede kandidaat.


Hij was betrouwbaar. Hij kwam uit dezelfde wereld, de waarden klopten, de omgeving begreep deze relatie en hij bood een toekomst die er precies zo uitzag als zij had geleerd dat een toekomst eruit hoorde te zien.

En vooral: hij koos haar.


Het onzekere meisje in haar voelde niet alleen liefde of aantrekkingskracht, maar ook opluchting. Ze hoefde niet degene te zijn die overbleef. Ze hoorde erbij.

Dat maakte het heel moeilijk om te voelen of er daarnaast ook een eigen, volwassen ja bestond.


Ze volgde een leven dat al voor haar was uitgetekend

Ze trouwden binnen de kerk en kort daarna kwamen de kinderen. Er volgden vier dochters en in relatief korte tijd stond haar leven vol met moederschap, werk, huwelijk, verantwoordelijkheid en gemeenschap.

Ze deed het goed.

Misschien zelfs heel goed.


Ze bouwde haar fysiotherapiepraktijk op, verzorgde haar gezin, deed vrijwilligerswerk en paste volledig in het beeld van de vrouw die haar omgeving als succesvol en betrouwbaar zou herkennen.

Maar ergens in dat hele proces had zij bijna nooit stilgestaan bij de vraag: als niemand mij zou vertellen wat een goed leven is, wat zou ik dan kiezen?

Dat is een wezenlijk andere vraag.


We denken vaak dat vrijheid betekent dat niemand ons dwingt. Maar je kunt ook heel onvrij leven zonder dat iemand je actief gevangenhoudt, simpelweg omdat de regels zo diep in je zijn gaan wonen dat je ze niet langer als regels herkent.

Dan wordt gehoorzaamheid aan het systeem ervaren als je eigen wil.

Totdat er ergens iets begint te schuren.


Toen haar jongste dochter vier werd, stortte alles in

Toen haar jongste dochter ongeveer vier jaar oud was, begon ze ernstig vast te lopen. Ze kreeg heftige angsten, sliep nauwelijks meer, ontwikkelde straatvrees en kon uiteindelijk haar werk als fysiotherapeut niet meer doen. Het hele systeem waarop ze jarenlang had gefunctioneerd leek in korte tijd van binnenuit in te storten.


Natuurlijk kun je achteraf nooit één simpele verklaring geven voor zo’n psychische crisis. Angstklachten en ontregeling verdienen serieuze professionele aandacht en kunnen veel oorzaken hebben. Maar binnen haar eigen therapeutische proces begon wel iets zichtbaar te worden dat ze niet langer kon negeren.

Het leven dat zij had opgebouwd was voor een groot deel gebaseerd op keuzes die nooit werkelijk waren bevraagd.

Ze begon te beseffen dat ze jarenlang buitengewoon goed was geweest in het beantwoorden van de vraag: wat hoort er van mij?

Maar nauwelijks geoefend had met de vraag: wat wil ik?

En zodra die tweede vraag eenmaal werkelijk binnenkwam, kon ze hem niet meer terugstoppen.


Haar dochters begonnen haar iets te spiegelen

Vooral haar jongste dochter werd daarin een ongelooflijke spiegel.

Dat meisje had veel boosheid en kon die boosheid krachtig uiten. En juist terwijl mijn cliënt probeerde te begrijpen waar haar dochter zo mee worstelde, begon ze iets anders te zien.

Waar was háár boosheid eigenlijk?

Waar was haar nee gebleven?

Waar was het deel dat in opstand kwam wanneer iets niet klopte?

Ze zag ineens dat haar dochter iets leefde wat zij zelf nauwelijks had toegestaan. En omdat zij vier dochters had, werd de spiegel van vrouwelijkheid overal in haar gezin steeds zichtbaarder.


Ze keek niet langer alleen naar zichzelf als moeder en echtgenote, maar ook als vrouw die vier meisjes liet zien wat het betekent om vrouw te zijn.

Toen ontstond een pijnlijke maar bevrijdende vraag:

Wil ik werkelijk dat mijn dochters later op dezelfde manier hun leven inrollen als ik?

Niet omdat haar leven verkeerd was geweest, maar omdat ze begon te begrijpen hoeveel van haar keuzes waren voortgekomen uit aanpassing en hoeveel minder vanuit innerlijk consent.


Ze wilde ineens dingen die niet in het oude script pasten

Toen zij eenmaal begon te voelen wat van haarzelf was, kwamen er verlangens naar boven die lange tijd geen plek hadden gehad.

Ze wilde op zichzelf wonen.


Ze droomde van een busje waarmee ze met haar kinderen kon reizen en kamperen. Ze wilde weekenden weg met vriendinnen, vrijheid voelen, de stad in, haar zelfstandigheid terugvinden en ontdekken wie ze was wanneer zij even niet alleen echtgenote, moeder of lid van een kerkgemeenschap was.

Ook haar seksualiteit begon te veranderen. Ze voelde meer nieuwsgierigheid en vrijheid en herkende in zichzelf steeds sterker een Shapeshifter-kwaliteit binnen haar Erotic Blueprint. Ze wilde experimenteren en voelde zelfs nieuwsgierigheid naar het openen van de relatie, iets waarvoor binnen haar oorspronkelijke religieuze kader nauwelijks denkruimte bestond.


Dat betekende niet dat ieder verlangen uitgevoerd moest worden. Innerlijk consent gaat juist niet over impulsief alles doen wat je op een bepaald moment voelt.


Het gaat erover dat een verlangen überhaupt gehoord mag worden.

Dat je het niet onmiddellijk hoeft te veroordelen of weg te stoppen omdat het niet past binnen het oude verhaal.

Voor deze vrouw was het revolutionair om alleen al te kunnen zeggen: dit leeft in mij.


En tegenover haar zat een man die het perfecte leven zag verdwijnen

Dat maakte het traject ook zo pijnlijk.

Want het zou te gemakkelijk zijn om dit verhaal te vertellen als een bevrijde vrouw tegenover een beklemmende man.

Zo was het niet.


Ik zag een vrouw die in razend tempo wakker werd in delen van zichzelf die jarenlang nauwelijks ruimte hadden gekregen, en tegenover haar zat een man die naar precies hetzelfde leven keek en dacht: maar dit is toch goed?

Hij zag hun vier dochters, het huis aan het water, hun banen, de kerk, de gemeenschap en alles wat zij samen hadden opgebouwd. Voor hem vertegenwoordigde dat geen gevangenis. Het vertegenwoordigde veiligheid, liefde en succes.


En nu zat zijn vrouw tegenover hem en zei in feite dat het leven waar hij trots op was voor haar niet meer als thuis voelde.

De angst die ik bij hem zag was enorm.


Hij wilde haar ruimte geven, maar de snelheid waarmee zij veranderde kon hij niet volgen. Zij begon normen, waarden en overtuigingen opnieuw te onderzoeken die voor hem nog steeds dragend waren.

Waar zij steeds sterker voelde: ik moet ontdekken wie ik ben als ik deze regels even loslaat, voelde hij misschien vooral: als deze regels wegvallen, wat blijft er dan nog van ons over?


Op een bepaald moment heb ik hem als therapeut letterlijk vastgehouden terwijl hij diep huilde.

Hij wist wat er gebeurde.

Niet in theorie, maar in zijn lichaam.

Hij voelde dat hij haar mogelijk kwijt zou raken.


En ik vond dat hartverscheurend om te zien, omdat er ook bij hem geen eenvoudige schuld lag. Hij was niet noodzakelijk degene die haar bewust gevangen had gehouden. Hij had met haar geleefd binnen hetzelfde systeem en had geloofd dat het gezamenlijke leven dat ze hadden gebouwd ook werkelijk hun gezamenlijke ja was geweest.

Nu bleek dat haar ja misschien veel minder vanzelfsprekend was geweest dan hij ooit had geweten.


Toen kwam Blauwbaard de therapiekamer binnen

Tijdens hun traject ben ik met hen gaan werken met de mythe van Blauwbaard, zoals Clarissa Pinkola Estés die in De ontembare vrouw gebruikt.

Ik hou van mythes in therapie omdat ze soms iets zichtbaar kunnen maken waarvoor gewone psychologische taal te klein wordt. Een mythe zegt niet: zo zit jij in elkaar. Een mythe legt een beeld neer en soms herken je daarin ineens iets wat je zelf nog niet kon formuleren.


In het verhaal van Blauwbaard krijgt een jonge vrouw sleutels tot allerlei kamers, maar één deur mag ze niet openen. Juist wanneer zij die verboden ruimte uiteindelijk wel binnengaat, komt ze bij kennis die niet meer ongedaan gemaakt kan worden.

Voor mij werd die sleutel een prachtig symbool in dit traject.

Niet omdat haar man Blauwbaard was. Dat zou een te simpele en onrechtvaardige lezing zijn.


De verboden kamers zaten ook in haarzelf.

Er was een deur naar haar boosheid.

Een deur naar haar seksualiteit.

Een deur naar twijfel.

Een deur naar autonomie.

Een deur naar de mogelijkheid dat haar huwelijk misschien niet haar levensbestemming was.

Een deur naar de vraag of de waarden van haar kerkgemeenschap ook werkelijk haar persoonlijke waarden waren.


En misschien wel de belangrijkste deur van allemaal:

Wat wil ik zelf?

Jarenlang was die kamer nauwelijks binnengegaan.

Nu had ze de sleutel gevonden.


Innerlijk consent begint waar je jezelf durft te bevragen

Voor mij werd dat uiteindelijk een van de diepste lagen van haar proces.

We spreken bij consent vaak over grenzen tussen mensen, en terecht. Is er toestemming? Kan iemand nee zeggen? Worden grenzen gerespecteerd?

Maar er bestaat ook een innerlijke laag van consent die veel subtieler is.


Kan ik überhaupt voelen wat mijn ja is?

Kan ik voelen wanneer mijn lichaam nee zegt terwijl mijn hoofd automatisch meegaat?


Kan ik onderscheid maken tussen een keuze die voortkomt uit verlangen en een keuze die voortkomt uit angst om afgewezen, alleen gelaten of veroordeeld te worden?


Kan ik mezelf toestemming geven om iets anders te willen dan mijn familie, mijn partner, mijn religie of mijn omgeving van mij verwacht?

Deze vrouw ontdekte dat ze jarenlang ongelooflijk vaardig was geweest in aanpassen, maar veel minder ervaren in kiezen.


En juist daarom voelde haar ontwaken zo explosief.

Ze moest niet één keuze veranderen.

Ze moest bijna opnieuw leren hoe kiezen überhaupt voelde.


Ze keek in de spiegel en zag niet langer het meisje met acne

Er gebeurde nog iets wezenlijks. Ze begon zichzelf anders te zien.

Het meisje dat vroeger had gedacht dat ze niet aantrekkelijk genoeg was, had jarenlang ergens in haar identiteit meegereisd. Dat meisje was opgelucht geweest toen iemand haar koos.


Maar nu keek er een volwassen vrouw in de spiegel.

En zij zag iets anders.

Ze zag schoonheid.

Ze zag aantrekkelijkheid.

Ze voelde seksualiteit.

Ze voelde autonomie.

Ze voelde dat zij niet alleen iemand hoefde te zijn die gekozen werd.

Zij kon zelf kiezen.


Dat lijkt misschien een klein verschil in taal, maar psychologisch is het enorm.

Van wil jij mij? naar wil ik jou?

Van mag ik erbij horen? naar wil ik hier eigenlijk bij horen?

Van is dit goed genoeg? naar is dit goed voor mij?

Daar veranderde haar hele binnenwereld.


Ze begon ook haar familielijn anders te bekijken

Naarmate haar bewustzijn groeide, keek ze niet alleen naar haar eigen leven maar ook naar de vrouwen vóór haar.

Ze zag haar moeder anders.

Ze begon te begrijpen hoeveel normen rond vrouwelijkheid, huwelijk, moederschap, seksualiteit en gehoorzaamheid door generaties heen waren doorgegeven.

Niet noodzakelijk uit slechte intenties.

Vaak juist vanuit liefde.

Ouders geven hun kinderen immers vaak mee wat volgens hen veiligheid biedt.

Maar veiligheid voor de ene generatie kan voor de volgende generatie een beperking worden.


Deze vrouw voelde steeds sterker dat ze die keten niet automatisch wilde doorgeven aan haar vier dochters.

Ze wilde hen niet leren dat vrijheid betekent dat je altijd tegen traditie in moet gaan. Dat zou opnieuw een voorschrift worden.

Ze wilde iets fundamentelers doorgeven:

dat ze zichzelf mochten leren bevragen.


Dat hun ja ertoe deed.

Dat hun nee ertoe deed.

Dat ze mochten voelen wat werkelijk van hen was.


Wat als één partner wakker wordt en de ander nog niet mee kan?

Daar lag de tragedie van hun huwelijk. Persoonlijke ontwikkeling klinkt vaak prachtig. Je groeit, wordt vrijer, bewuster en steeds meer jezelf.

Maar voor een relatie kan zo’n ontwikkeling ongelooflijk ontregelend zijn.


Wanneer één partner fundamenteel verandert, verandert het hele systeem. Rollen die jarenlang werkten voelen ineens beperkend. Afspraken die nooit uitgesproken hoefden te worden worden plotseling onderwerp van discussie. Overtuigingen die als gezamenlijk werden beschouwd blijken misschien vooral door één partner werkelijk gedragen te worden.


En liefde is niet altijd voldoende om dat verschil te overbruggen.

Je kunt van iemand houden en tegelijkertijd ontdekken dat je niet langer dezelfde kant op wilt.


Je kunt iemand vrijheid gunnen en doodsbang zijn voor wat die vrijheid voor jullie relatie betekent.

Je kunt begrijpen dat iemand verandert zonder zelf in hetzelfde tempo te kunnen veranderen.

Dat was precies wat ik tussen deze twee mensen zag.


Relatietherapie hoeft niet altijd te betekenen dat een huwelijk wordt gered

Uiteindelijk werd steeds duidelijker dat hun traject waarschijnlijk niet zou eindigen met een terugkeer naar hoe het vroeger was.


En misschien is dat ook een belangrijk misverstand over relatietherapie.

Een relatietraject is niet alleen succesvol wanneer twee mensen bij elkaar blijven.

Soms is het meest liefdevolle en volwassen resultaat dat twee mensen kunnen erkennen dat de vorm waarin ze samenleefden niet meer klopt.

Dan verschuift de vraag van hoe redden we dit huwelijk? naar hoe gaan we eerlijk om met wat hier werkelijk zichtbaar is geworden?

Bij hen ontstond uiteindelijk ruimte om uit elkaar te gaan zonder elkaar volledig kapot te maken.


Zij nam afstand van de kerkgemeenschap en begon haar eigen leven steeds meer te onderzoeken en vorm te geven.

Hij moest rouwen om een huwelijk en toekomstbeeld waarvan hij lange tijd had gedacht dat ze vanzelfsprekend waren.

Maar ze bleven ouders.


Vandaag kunnen ze als goede ex-partners samen zorg dragen voor hun vier dochters.

Dat vind ik een belangrijke uitkomst.

Niet ieder liefdesverhaal hoeft te eindigen met twee mensen die voor altijd in dezelfde vorm bij elkaar blijven om waardevol te zijn.

Soms verandert liefde van vorm.


Misschien stortte niet alleen haar leven in, maar ook haar automatische ja

Wanneer ik nu aan haar terugdenk, denk ik vaak aan het moment waarop alles begon te imploderen. De angst, de slapeloosheid, de straatvrees, haar werk dat niet meer ging en het gevoel dat het leven dat jarenlang zo goed gefunctioneerd had ineens niet meer gedragen kon worden.


Ik wil zo’n psychische crisis nooit romantiseren. Ernstige angstklachten zijn ingrijpend en verdienen passende professionele zorg. Maar binnen haar persoonlijke proces werd naast die ontregeling nog iets anders zichtbaar.

Het automatische ja waarmee ze jarenlang haar leven had geleefd, werkte niet meer.


Ze kon niet langer alleen doen wat hoorde.

Ze moest gaan voelen wat klopte.

Dat was pijnlijk, verwarrend en voor de mensen om haar heen soms ontwrichtend. Maar het bracht haar uiteindelijk bij een vorm van volwassenheid die ze niet eerder zo bewust had ervaren.

Niet de volwassenheid van verantwoordelijkheid dragen — daar was ze al jaren uitstekend in.

Maar de volwassenheid van kiezen.


Van een nee durven voelen zonder onmiddellijk schuld te ervaren.

Van een ja uitspreken omdat het werkelijk van jou is.

Van kunnen zeggen: dit hebben mijn ouders mij geleerd, dit heeft de kerk mij geleerd, dit heeft mijn omgeving mij voorgedaan — en nu wil ik zelf onderzoeken wat ik daarvan behoud.


Misschien is dat uiteindelijk ook wat de sleutel uit Blauwbaard voor mij symboliseert.

Niet de opdracht om alle deuren open te breken.

Maar het recht om ze zelf te openen.

Om te kijken wat erachter zit.

En daarna vanuit je eigen innerlijke consent te beslissen welke kamers werkelijk bij jouw leven horen.


Want misschien is vrijheid uiteindelijk niet dat je nooit meer naar iemand luistert.

Misschien is vrijheid dat er, tussen alle stemmen van ouders, partner, kerk, cultuur en gemeenschap, eindelijk ook één stem duidelijk genoeg wordt om gehoord te worden.


Je eigen.

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page