top of page
Zoeken

Rosemarijn vertelt #02 - Wat als je geen hokje nodig hebt om iemand werkelijk te zien?

  • 16 aug
  • 10 minuten om te lezen

Verhalen uit het veld over intimiteit, relaties, lichaam en schaduw

Over Urban Tantra, queer inclusiviteit, gender, pronouns en de kunst van werkelijk ontmoeten




Waarom Ruby en ik naar New York gingen

Ruby en ik gingen naar New York om de Urban Tantra-opleiding van Barbara Carrellas te volgen.

We gingen natuurlijk om te leren. Om nieuwe technieken te ervaren, ons verder te verdiepen in intimiteit en lichaamswerk en onze eigen manier van werken opnieuw tegen het licht te houden. Maar er was nog een andere, misschien wel belangrijkere reden waarom juist deze opleiding ons trok.

Ruby en ik zijn zelf queer.

En we vinden het belangrijk dat de LGBTQ+ community zich werkelijk welkom kan voelen binnen ons werk. Niet alleen welkom in de zin van: natuurlijk mag jij er ook bij. Maar welkom op een dieper niveau. Dat je niet eerst hoeft uit te leggen waarom jouw lichaam, gender, seksualiteit, relatievorm of verlangen afwijkt van wat als standaard wordt gezien.


Dat is iets wat we binnen Yuman Art en onze Intimacy and Shadow Worker Practitioner-opleiding heel bewust willen neerzetten.

We willen werken voor mensen.

Niet alleen voor mensen die toevallig binnen een bepaald plaatje passen.

En dus stapten we op het vliegtuig naar New York.

Barbara Carrellas en een tantra die uit haar oevers mocht treden

Barbara Carrellas interesseerde ons omdat zij tantra op een manier benaderde die we niet overal tegenkwamen.

Haar werk heeft bovendien een geschiedenis die mij raakt. Haar eigen tantrische beoefening begon vele jaren geleden tijdens de AIDS-crisis. Ze zocht naar een spirituele praktijk die lichaams- en sekspositief was en die ruimte kon bieden aan de enorme emotionele verschuivingen van die tijd. Vanuit haar eigen beoefening en de gemeenschappen waarin zij werkte, groeide uiteindelijk Urban Tantra.

Misschien verklaart dat ook iets van de openheid die we in haar werk ervoeren.

Want bij Barbara hoefde tantra niet netjes binnen de oevers van tantra te blijven.

Er mocht kink bij. BDSM. Massage. Zintuiglijke ervaringen. Adem. Energie. Spel.

Verschillende lichamen, seksuele oriëntaties, genders en relatievormen.

Urban Tantra werd daarmee voor mij niet een afgezwakte of aangepaste versie van tantra, maar juist een verruiming ervan.


Alsof iemand een raam openzette in een kamer waarvan ik niet eens wist dat hij benauwd was geworden.


Wat als tantra niet voorschrijft hoe intimiteit eruit hoort te zien?

Wat mij in New York vooral raakte, was hoeveel ruimte er ontstond voor spel.

Dat klinkt misschien eenvoudig, maar ik denk dat we spel behoorlijk onderschatten.

Zeker wanneer we bezig zijn met therapie, persoonlijke ontwikkeling, tantra of bewustzijn, kunnen we ontzettend serieus worden. Er moet iets geheeld worden. We moeten dieper. We moeten openen. Loslaten. Doorvoelen. Transformeren.

Voor je het weet wordt zelfs intimiteit iets waarin je moet presteren.

Spel doet iets anders.

Spel zegt: zullen we eens kijken wat er gebeurt?

Wat gebeurt er wanneer je iemand aanraakt zonder precies te weten waar de ervaring naartoe moet? Wat gebeurt er wanneer je met je zintuigen speelt?

Wanneer je leidt? Wanneer je volgt?

Wanneer je kracht toevoegt? Wanneer je juist vertraagt?

Wanneer je elementen uit kink of BDSM gebruikt en ontdekt dat die iets heel anders in je oproepen dan je vooraf had bedacht?

Die nieuwsgierigheid vind ik een ongelooflijk belangrijke kwaliteit binnen intimiteitswerk. Want zodra ik denk dat ik al weet wie jij bent, hoef ik eigenlijk niet meer goed naar je te kijken.


Waarom moet tantra eigenlijk altijd over de man en de vrouw gaan?

Wat Ruby en mij al langer opviel, is hoeveel tantrawerk nog wordt aangeboden vanuit een klassieke polariteit tussen man en vrouw, of tussen het mannelijke en het vrouwelijke.

De man tegenover de vrouw. Shiva tegenover Shakti. De man die een bepaalde rol vervult en de vrouw die een andere rol krijgt.

Ik wil die symboliek niet weggooien. Integendeel. Ook binnen mijn eigen Jungiaanse werk kunnen mannelijke en vrouwelijke archetypische kwaliteiten prachtige ingangen zijn.

Maar een archetype is iets anders dan een voorschrift.

Het wordt ingewikkeld wanneer we ervan uitgaan dat een mannelijke kwaliteit automatisch in een mannenlichaam woont en een vrouwelijke kwaliteit automatisch in een vrouwenlichaam.


Of wanneer een oefening al heeft bepaald wie leidt en wie ontvangt voordat de mensen die hem gaan doen überhaupt hebben kunnen voelen wat bij hen past.

En het wordt helemaal ingewikkeld wanneer iemand een ruimte binnenkomt en ontdekt dat die persoon in de taal van die ruimte eigenlijk niet bestaat.

In 2026 vind ik dat een wezenlijke vraag voor iedereen die professioneel met tantra, seksualiteit, relaties of intimiteit werkt.


Hoe inclusief is onze intimiteit wanneer we vooraf al hebben besloten hoe de mens tegenover ons eruitziet?


Pronouns: leren vragen in plaats van aannemen

In New York leerden we veel over pronouns.

Welke voornaamwoorden gebruikt iemand? Hoe vraag je daarnaar? Hoe spreek je iemand aan? En wat doe je wanneer je een fout maakt?

Ik vond vooral dat laatste belangrijk.

Want wanneer je graag inclusief wilt zijn, kun je ook verkrampt raken.

Je wilt niemand beledigen. Niemand kwetsen. Niemand het gevoel geven dat die niet gezien wordt. En dus wil je alle woorden onmiddellijk goed hebben.

Maar zo werkt leren meestal niet. Je moet oefenen. Je moet bereid zijn om iets verkeerd te zeggen.


Je moet kunnen horen dat iemand zegt: ik gebruik liever dit voornaamwoord.

En dan kun je jezelf corrigeren en verdergaan.


Dat klinkt misschien klein, maar er zit iets wezenlijks onder. Als iemand mij vertelt hoe die aangesproken wil worden en ik doe moeite om dat te respecteren, zeg ik eigenlijk:


Ik ben bereid mijn automatische beeld van jou los te laten en te luisteren naar wat jij mij over jezelf vertelt.


Dat is intimiteit.

Maar in New York leerde ik dat er nóg een laag onder zit.


Toen ontmoette ik iemand die helemaal geen hokje wilde

Tijdens de opleiding woonden we een demonstratie bij met iemand die op latere leeftijd een gendertransitie was aangegaan.

Het levensverhaal van deze persoon raakte me. Er lag al een heel leven achter hen, waaronder een huwelijk van ongeveer dertig jaar, voordat er op latere leeftijd ruimte ontstond om het eigen lichaam en de eigen genderbeleving opnieuw te onderzoeken.


Wat mij echter het meest is bijgebleven, was dat deze persoon niet eenvoudig van het ene hokje naar het andere wilde verhuizen.


Niet: eerst was ik man en nu ben ik vrouw, dus nu weet iedereen weer precies waar ik thuishoor.


Zoals ik de ontmoeting heb onthouden, was het veel vrijer dan dat.

Er waren kenmerken die wij vrouwelijk zouden kunnen noemen. Er waren kenmerken die wij mannelijk zouden kunnen noemen. Er was een lichaam dat veranderd was. Maar de persoon zelf wilde zich uiteindelijk helemaal niet zo graag definiëren.

Ik ben gewoon IT.

Dat was hoe deze persoon het uitdrukte. Niet man. Niet vrouw.

Niet opnieuw een categorie waarin alles eindelijk weer overzichtelijk werd. Gewoon deze mens.

Ik weet nog dat ik daar even van moest schakelen.


Zelfs wanneer we inclusief willen zijn, zoeken we naar het juiste hokje

Want daar zat voor mij ineens een prachtige paradox.

We leren terecht dat we niet zomaar moeten aannemen welke pronouns iemand gebruikt. Dus gaan we vragen.

She/her?

He/him?

They/them?


Vertel me waar je thuishoort, zodat ik je respectvol kan aanspreken.

En toen zat daar iemand die in wezen zei: je hoeft me helemaal nergens onder te brengen.


Sterker nog, zoals ik het heb onthouden, was deze persoon er vrij ontspannen over wanneer iemand een ander voornaamwoord gebruikte. Natuurlijk was er een eigen voorkeur, maar er zat niet de boodschap onder: als jij één verkeerd woord gebruikt, zie je mij niet.

Wat ik vooral hoorde was:

Zie mij als een heel mens.

Daar werd ik stil van.


Want zonder dat deze persoon ook maar iets over ons bedrijf wist, hoorde ik ineens iets wat heel dicht bij de visie van Yuman Art ligt.

Ontmoet de mens. Niet het hokje.


Een naam kan bevrijden — maar een naam is nooit de hele mens

Ik wil daar zorgvuldig in zijn. Want hokjes zijn niet per definitie verkeerd.

Woorden als lesbisch, homo, biseksueel, queer, trans, non-binair of genderqueer kunnen juist ongelooflijk bevrijdend zijn.

Soms loopt iemand jarenlang rond met een ervaring waarvoor geen taal bestaat. En dan is er ineens een woord.


O, dit bestaat. Er zijn meer mensen zoals ik. Ik ben niet alleen.


Een naam kan gemeenschap geven. Een naam kan erkenning geven. Een naam kan iemand helpen zichzelf eindelijk te begrijpen.

Dat is waardevol.

Maar een naam is nooit de hele mens.

En precies daar begon die ontmoeting voor mij ook iets Jungiaans te krijgen.


Hoe vaak ontmoeten we een mens — en hoe vaak onze projectie?

Wij mensen zijn razendsnel in betekenis geven.

We zien een lichaam en denken iets.

We horen een stem en denken iets.

We zien kleding, leeftijd, borsten, baardgroei, make-up, houding, een trouwring, twee mensen die elkaars hand vasthouden — en nog voordat iemand iets heeft gezegd, heeft ons hoofd al een verhaal geschreven.


Man.

Vrouw.

Hetero.

Queer.

Dominant.

Submissief.

Sterk.

Kwetsbaar.

Veilig.

Onveilig.


En vervolgens denken we dat we de ander zien.


Maar binnen het Jungiaanse werk weten we hoe krachtig projectie is. We ontmoeten nooit uitsluitend degene die tegenover ons staat. We ontmoeten tegelijkertijd onze eigen geschiedenis, verwachtingen, verlangens, angsten en overtuigingen.


Een deel van wat ik in jou zie, komt uit mij.

Dat betekent niet dat we moeten stoppen met waarnemen of benoemen.

Het betekent dat we nederig mogen worden over wat we denken te weten.


De schaduw kan zelfs in onze goede bedoelingen zitten

Dat vind ik een van de meest fascinerende kanten van schaduwwerk.

De schaduw zit niet alleen in eigenschappen die we liever niet van onszelf willen zien. Hij kan ook midden in onze goede bedoelingen verschijnen.

Ik wil inclusief zijn. Ik wil niemand discrimineren. Ik wil de juiste woorden gebruiken. Ik wil laten zien dat ik het begrijp. Prachtige intenties.

Maar wat gebeurt er wanneer mijn behoefte om het goed te doen zo groot wordt dat ik niet meer werkelijk nieuwsgierig ben naar jou?

Dan heb ik misschien alle moderne woorden geleerd, maar ben ik nog steeds hetzelfde aan het doen.


Ik ben je aan het categoriseren.

Alleen met betere categorieën.

Die gedachte vond ik bevrijdend.


Want echte inclusiviteit vraagt dan niet van mij dat ik ieder mens onmiddellijk begrijp.


Misschien vraagt het juist dat ik het kan verdragen wanneer ik iemand nog níét begrijp.


Kunnen we in het niet-weten blijven?

Voor mij raakt dat rechtstreeks aan intimiteit.

Kan ik tegenover jou zitten zonder onmiddellijk te weten wie je bent?

Kan ik vragen welke pronouns je gebruikt en je antwoord respecteren, zonder vervolgens te denken dat ik je daarmee begrijp? Kan ik nieuwsgierig zijn naar jouw lichaam zonder alvast te bepalen wat bepaalde lichaamsdelen voor jou betekenen? Kan ik vragen hoe jij aangeraakt wilt worden?

Welke woorden jij prettig vindt? Wat seksualiteit voor jou betekent?

Waar jouw verlangen zit? Waar je grens ligt?

Kan ik luisteren wanneer jouw antwoord totaal anders is dan ik had verwacht?

En kan ik verdragen dat je antwoord morgen misschien verandert?

Dat is voor mij een veel radicalere vorm van inclusiviteit dan een lijst waarop staat welke groepen allemaal welkom zijn.


Een lichaam is nooit alleen een lichaam

Tijdens de opleiding kregen we ook onderwijs over intiem werken met mensen van wie het lichaam tijdens of na een gendertransitie verandert.

Dat vond ik belangrijk. Want een lichaam is nooit alleen anatomie.

Een lichaam draagt een geschiedenis.

Het draagt herinneringen aan aanraking. Verlangen. Schaamte. Plezier. Afwijzing. Trots. Misschien verlies. Misschien opluchting. Misschien jarenlang het gevoel dat wat je aan de buitenkant zag niet overeenkwam met wat je vanbinnen wist.

En wanneer een lichaam verandert, kan ook de relatie met intimiteit veranderen.

Daar kun je als intimiteitsprofessional niet simpelweg binnenkomen met een standaardprotocol. Je moet vragen.


Hoe beleeft deze persoon het eigen lichaam?

Welke woorden gebruikt iemand voor bepaalde lichaamsdelen?

Wat voelt fijn? Wat voelt kwetsbaar? Wat wil iemand opnieuw ontdekken? Wat wil iemand misschien helemaal niet aangeraakt hebben? Waar zit plezier?

En misschien wel het belangrijkste:


kan ik aanwezig zijn zonder vooraf te bepalen wat dit lichaam zou moeten betekenen?


Wat Urban Tantra ons uiteindelijk leerde

Als ik terugkijk op New York, zijn het niet alleen de technieken die ik heb onthouden.

Natuurlijk hebben we ontzettend veel geleerd. Over zintuigen. Massage. Adem. Energie. Kink. BDSM. Spel. Verschillende vormen van aanraking en verschillende manieren waarop je met intimiteit kunt werken.

Maar het grootste cadeau zat voor mij onder al die technieken.

Het was de verruiming. Barbara Carrellas liet ons een vorm van tantra zien die niet kleiner werd wanneer je er meer mensen in toeliet. Integendeel.

Tantra werd voor mij groter wanneer het niet meer hoefde te bepalen welk lichaam tegenover welk lichaam hoorde te zitten.

Het werd speelser wanneer kink en BDSM niet automatisch buiten de spirituele of tantrische ruimte hoefden te vallen.

Het werd menselijker wanneer we niet allemaal hetzelfde hoefden te verlangen.

En misschien werd het zelfs intiemer toen we stopten met denken dat we vooraf al wisten wat intimiteit voor iemand anders betekende.


Waarom inclusiviteit onderdeel is van onze Intimacy and Shadow Worker Practitioner-opleiding

Toen Ruby en ik terugkwamen uit New York, namen we dus niet alleen een verzameling nieuwe oefeningen mee naar Yuman Art.

We namen een vraag mee.

Hoe creëren we een opleiding waarin een mens werkelijk als zichzelf naar binnen kan komen?


Dat is voor ons een belangrijk uitgangspunt geworden binnen de Intimacy and Shadow Worker Practitioner-opleiding.

We willen professionals opleiden die niet alleen een mooie verzameling technieken beheersen, maar die werkelijk kunnen ontmoeten.


Dat betekent dat we werken met thema's als gender en seksuele diversiteit, verschillende lichamen en relatievormen, pronouns, consent, grenzen en de verschillende manieren waarop mensen intimiteit en seksualiteit kunnen beleven.

Het betekent ook dat er ruimte is voor tantra en lichaamswerk, voor gesprek en ervaring, voor zachtheid en speelsheid, en voor het onderzoeken van elementen uit kink en BDSM wanneer dat passend, veilig en consensueel is.

Niet omdat iedereen alles hoeft te willen. Juist niet.

Maar omdat je als intimiteitsprofessional wilt leren werken met de mens die daadwerkelijk voor je zit.

Niet alleen met de mens die je had verwacht. Misschien begint inclusiviteit bij niet-weten

Ik denk nog regelmatig terug aan die ene persoon in New York.

Aan dat verlangen om niet opnieuw in een definitie gevangen te worden.

En misschien is dat uiteindelijk wel wat ik daar geleerd heb.


Inclusiviteit betekent voor mij niet dat identiteit er niet toe doet. Integendeel. Hoe iemand zichzelf benoemt, welke pronouns iemand gebruikt en hoe iemand het eigen lichaam en seksualiteit beleeft, verdient aandacht en respect.

Maar werkelijk ontmoeten vraagt nog iets anders.


Kan ik bij je blijven wanneer ik je niet onmiddellijk begrijp?

Kan ik iets verkeerd zeggen, luisteren wanneer je me corrigeert en vervolgens niet verdwijnen in mijn eigen schaamte?

Kan ik nieuwsgierig blijven zonder je te ontleden?

Kan ik vragen wie jij bent zonder alvast te besluiten welk antwoord ik verwacht?

Misschien doen we soms zo ons best om een ander uit respect in het juiste hokje te plaatsen, dat we vergeten dat er achter ieder hokje iets veel groters leeft.

Een mens. Een lichaam. Een geschiedenis. Een verlangen. Een mysterie dat zich nooit volledig laat definiëren. En misschien begint intimiteit precies daar.


Waar we het hokje even openlaten.

Waar we niet onmiddellijk weten.

Waar we blijven kijken.

En waar twee mensen elkaar, midden in die open ruimte, werkelijk kunnen ontmoeten.


Niet als categorie. maar als mens.

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page