top of page
Zoeken

Rosemarijn vertelt #05 - Wanneer heb jij voor het laatst werkelijk naar je eigen geslachtsdelen gekeken?

16 aug
10 minuten om te lezen

Verhalen uit het veld over intimiteit, relaties, lichaam en schaduw

Over Quodoushka, vulva’s, penissen, lichaamsbeeld en de schaamte die we leren dragen



Er lagen spiegeltjes op de vloer

Op een avond tijdens onze Intimacy and Shadow Work Practitioner-opleiding van Yuman Art lagen er spiegeltjes op de vloer.

We hadden een vrouwencirkel gemaakt en waren op een punt in de opleiding gekomen waarop we langzaam begonnen toe te werken naar intiem lichaamswerk. Later werken we met verschillende vormen van seksuele, sensuele en erotische massage, waaronder yoni- en lingammassage. Maar voordat je een ander op zo’n intieme manier kunt ontmoeten, vind ik het belangrijk dat je eerst onderzoekt hoe je eigenlijk naar je eigen lichaam kijkt.

En dan bedoel ik ook werkelijk kijken.

Niet even vluchtig wanneer je uit de douche komt, omdat je jezelf scheert of omdat er iets pijn doet. Maar kijken vanuit nieuwsgierigheid naar de vorm, de kleur, de plooien en de verschillen van een deel van het lichaam dat we tegelijkertijd ontzettend belangrijk hebben gemaakt en nauwelijks werkelijk bekijken.

Natuurlijk was er in het begin onwennigheid. We leven niet in een cultuur waarin we geleerd hebben ontspannen naar onze genitaliën te kijken, laat staan er in een groep over te praten. Dus er werd wat gegiecheld, er was spanning en er waren ogen die even door de ruimte gingen om te kijken hoe de rest reageerde.

Maar wanneer je lang genoeg bij iets blijft zonder het groter of vreemder te maken dan het is, kan de lading langzaam veranderen.

Dat was precies wat er die avond gebeurde.


Hoe normaal is het eigenlijk om je eigen vulva mooi te vinden?

In mijn jarenlange werk rond intimiteit en lichaamswerk heb ik vaak gezien hoeveel schaamte mensen rondom hun genitaliën kunnen dragen. Ook in deze opleidingsgroep waren er vrouwen die zich schaamden voor hoe hun vulva eruitzag. Vooral de lengte en vorm van hun labia waren voor sommigen een bron van onzekerheid.

Een van de vrouwen had die onzekerheid zo sterk gevoeld dat zij in het verleden had besloten haar labia cosmetisch te laten opereren. Ze wilde dat haar vulva er anders uitzag, meer zoals zij dacht dat het hoorde. Na de ingreep merkte zij echter dat er ook iets veranderd was in haar gevoeligheid.

Ik vond haar verhaal verdrietig. Niet omdat iemand nooit iets aan het eigen lichaam zou mogen veranderen — die keuze is uiteindelijk aan ieder mens zelf — maar omdat bij mij onmiddellijk een andere vraag ontstond.

Hoe komt een vrouw eigenlijk op het idee dat haar vulva er verkeerd uitziet?

Wie heeft haar verteld hoe een vulva eruit hoort te zien?

En hoeveel vrouwen lopen rond met precies diezelfde gedachte zonder er ooit met iemand over te praten?


En dan noemen we ze ook nog schaamlippen

Ergens tijdens het werken met dit thema bleef ik opnieuw hangen bij een woord dat we in het Nederlands zo achteloos gebruiken: schaamlippen.

Wat een merkwaardig woord eigenlijk.

We noemen onze vingers geen schaamvingers en onze oren geen schaamoren. Een knie is gewoon een knie. Maar zodra we bij de vrouwelijke genitaliën aankomen, verschijnt ineens het woord schaam.

Historisch heeft dat woord natuurlijk ook te maken met bedekking en de geslachtsdelen, maar toch vind ik het veelzeggend hoe het tegenwoordig klinkt. Alsof er in onze taal nog een echo zit van het idee dat dit een lichaamsdeel is dat verborgen hoort te blijven.

Ik gebruik daarom liever labia of vulvalippen. Niet omdat één ander woord eeuwen aan seksuele schaamte oplost, maar omdat taal wel degelijk iets doet met de manier waarop we een lichaam leren beleven.



Quodoushka en de ontdekking dat genitaliën helemaal niet op elkaar lijken

Die avond gebruikten we ook materiaal uit Quodoushka. In The Sexual Practices of Quodoushka worden verschillende vormen van vrouwelijke en mannelijke genitaliën op een symbolische en archetypische manier beschreven.

Het is belangrijk om daarbij te zeggen dat dit geen medische classificatie van vulva’s en penissen is. Voor mij zit de waarde ergens anders: het biedt een speelse ingang om te ontdekken hoeveel variatie er eigenlijk bestaat.

Want wanneer je verschillende vulva’s naast elkaar ziet, gebeurt er iets heel eenvoudigs. Je ontdekt dat ze helemaal niet hetzelfde zijn.

De ene heeft langere binnenste vulvalippen, bij een andere zijn ze nauwelijks zichtbaar. De ene is asymmetrisch, de andere minder. Kleuren verschillen, vormen verschillen, verhoudingen verschillen. Net zoals neuzen, handen, borsten en voeten van elkaar verschillen.

Hetzelfde geldt natuurlijk voor penissen. Die verschillen in lengte, dikte, vorm, kromming en verhouding.

En toch hebben we rondom onze genitaliën een merkwaardige verwachting ontwikkeld dat er blijkbaar één vorm bestaat die beter, mooier of normaler is dan een andere.


Quodoushka voegt daar archetypische verhalen aan toe, waardoor het kijken soms juist licht en speels kan worden. Waar herken ik mezelf in? Welk archetype spreekt me aan? Wat gebeurt er wanneer ik niet naar mijn genitaliën kijk alsof ze gekeurd moeten worden, maar alsof er iets te ontdekken valt?

Dan verandert de blik.


Maar toen kwamen de verhalen

Naarmate de avond vorderde en de eerste onwennigheid verdween, begonnen de vrouwen te vertellen. En toen veranderde de ruimte.

Want een vulva draagt voor veel vrouwen niet alleen een verhaal over seksualiteit of plezier. Er kan een hele levensgeschiedenis mee verbonden zijn.

Er kwamen verhalen over seksueel trauma en ongewenste intimiteiten, maar ook over medische ervaringen. Over gynaecologische onderzoeken die als pijnlijk, te snel of onvoldoende afgestemd waren ervaren. Over momenten waarop iemand zich kwetsbaar had gevoeld en het lichaam vooral iets leek te zijn waar een ander iets mee deed.


Er kwamen verhalen over bevallingen, over inscheuren en hechtingen, over pijn die daarna was gebleven en over een lichaam dat na een geboorte veranderd was. Er werd gesproken over vaginisme en pijn bij seksualiteit, maar ook over schaamte die helemaal niet terug te voeren was op één gebeurtenis.

Want schaamte kan zich langzaam verzamelen.

Een opmerking. Een blik. Een vroegere partner. Een beeld. Een grap. Een ideaal waaraan je jezelf steeds opnieuw vergelijkt.


En terwijl ik luisterde, werd opnieuw duidelijk hoeveel geschiedenis een lichaamsdeel kan dragen waar we in het dagelijks leven nauwelijks woorden voor hebben.


Wat gebeurt er wanneer vrouwen werkelijk naar elkaar durven kijken?

Er ontstond die avond steeds meer veiligheid in de groep. Niet doordat wij besloten dat iedereen nu maar iets moest laten zien. Juist niet. Bij intiem lichaamswerk is voor mij essentieel dat een ja werkelijk een ja kan zijn en dat een nee geen uitleg nodig heeft.

Maar vanuit de vrouwen zelf ontstond op een gegeven moment nieuwsgierigheid om, voor degenen die dat wilden, niet alleen naar afbeeldingen en naar zichzelf te kijken, maar ook naar elkaar.


Ik kan me voorstellen dat iemand die dit leest denkt: Pardon? Ga je tijdens zo’n opleiding naar elkaars vulva kijken?

Wanneer je alleen die ene zin leest, klinkt het misschien als een enorme stap. Maar zo voelde het in die ruimte niet.

Het werd niet erotisch gemaakt. Het was geen opdracht om grenzen te verleggen en niemand hoefde iets te bewijzen. Het ontstond binnen een groep waarin inmiddels veel was gedeeld en waarin iedere deelnemer zelf bepaalde wat ze wel en niet wilde laten zien.


En wat er vervolgens gebeurde, vond ik werkelijk ontroerend.

Er werd gekeken, maar niet gekeurd.


De vrouwen zagen de enorme variatie en begonnen juist de schoonheid daarvan te benoemen. Wat iemand bij zichzelf jarenlang te lang, te groot, te asymmetrisch of simpelweg niet mooi had gevonden, werd door een andere vrouw bekeken zonder die hele geschiedenis van zelfkritiek.

En ineens kon iemand horen: maar dit is toch prachtig?

Soms kun je honderd keer tegen jezelf zeggen dat ieder lichaam anders is. Maar het werkelijk zien van menselijke variatie doet iets anders.

Dan ligt de werkelijkheid voor je.


Maar met welke ogen kijken we eigenlijk naar onszelf?

Daar komt voor mij ook de schaduw in beeld, want wanneer we naar ons eigen lichaam kijken, zien we lang niet altijd alleen ons lichaam. We kijken door de ogen van alles wat we onderweg hebben geleerd.

En tegenwoordig wordt die blik misschien sterker dan ooit beïnvloed door een eindeloze stroom beelden.

Pornografie is voor vrijwel iedereen met een telefoon binnen een paar seconden toegankelijk. Dat betekent niet dat porno per definitie verkeerd is, maar het kan wel een referentiekader creëren waarin bepaalde lichamen, vulva’s en penissen veel vaker zichtbaar zijn dan andere. We vergeten gemakkelijk dat we naar een selectie kijken, naar lichamen die gekozen zijn om bekeken te worden en die bovendien onderdeel zijn van een industrie waarin beeld en aantrekkelijkheid een commerciële waarde hebben.


Daar zijn inmiddels sociale media, filters en AI bovenop gekomen. We kunnen huid gladstrijken, lichaamsvormen aanpassen en beelden creëren van mensen die er overtuigend echt uitzien terwijl dat specifieke lichaam misschien nooit heeft bestaan.

En daar zit iets vreemds in.

Want wanneer wij echte lichamen voortdurend vergelijken met geselecteerde, bewerkte of zelfs volledig gegenereerde lichamen, organiseren we een wedstrijd die het echte lichaam bijna niet kan winnen.

Een werkelijk lichaam is niet ontworpen. Het heeft asymmetrie, plooien, kleurverschillen, haar, littekens en textuur. Het verandert door hormonen, ouder worden, zwangerschap, geboorte, ziekte, seksualiteit en simpelweg doordat er een leven in wordt geleefd.


Toch kan het ideaalbeeld langzaam de norm worden en het normale lichaam ineens als afwijking gaan voelen.

Dan kijkt een vrouw naar haar vulva en denkt: mijn vulvalippen zijn te lang.

Een man kijkt naar zijn penis en denkt: die van mij is te klein of staat te krom.

En misschien is de belangrijkste vraag dan niet onmiddellijk: hoe kan ik mijn lichaam veranderen?

Maar eerst: van wie heb ik eigenlijk geleerd dat mijn lichaam er anders uit zou moeten zien?


Er bestaat een industrie rond onze onzekerheid

Dat vind ik een ongemakkelijke, maar belangrijke laag. Want op het moment dat wij geloven dat ons lichaam niet mooi, strak, jong, symmetrisch of seksueel aantrekkelijk genoeg is, ontstaat er ook een markt die aanbiedt om dat probleem voor ons op te lossen.


Dat betekent niet dat cosmetische ingrepen per definitie verkeerd zijn. Mensen mogen zelf beslissen wat zij met hun lichaam doen. Maar ik vind het wel belangrijk om te onderzoeken vanuit welke plek zo’n verlangen ontstaat.

Wil ik werkelijk iets veranderen omdat dat diep vanbinnen voor mij klopt?

Of heb ik zo vaak een bepaald ideaalbeeld gezien dat mijn eigen, volkomen menselijke anatomie afwijkend is gaan voelen?


Wie bepaalt eigenlijk die norm, wie laat hem voortdurend aan ons zien en wie verdient eraan wanneer wij geloven dat we er niet aan voldoen?

Misschien was juist daarom die avond met die eenvoudige spiegeltjes zo krachtig.

Er zat geen filter tussen.

Geen algoritme en geen selectieprocedure.

Er waren gewoon echte lichamen.


De mannen droegen hun eigen schaamte

We hadden er bij deze specifieke oefening bewust voor gekozen om een vrouwencirkel te maken. De ervaring was zo kwetsbaar en de behoefte aan veiligheid zo groot dat we de mannen uit de opleiding op dat moment niet in deze ruimte lieten deelnemen.

Daar hadden we gemengde gevoelens over, want uiteindelijk willen we juist begrip creëren tussen verschillende lichamen en ervaringen. Maar inclusiviteit betekent voor mij niet dat iedereen altijd overal bij moet zijn. Soms vraagt veiligheid tijdelijk om een kleinere ruimte waarin iets kan ontstaan wat in een andere samenstelling nog niet mogelijk zou zijn.


Later hebben we de mannen natuurlijk wel meegenomen in het gesprek.

En daar werd een andere kant van hetzelfde verhaal zichtbaar.

Ook mannen dragen ontzettend veel schaamte rond hun genitaliën.

Een man uit de opleiding vertelde hoe onzeker hij was over zijn penis. Hij vond hem te klein en te krom en had een duidelijk beeld in zijn hoofd van hoe een penis er eigenlijk uit zou moeten zien.

Ook daar kan pornografie een rol spelen. Wanneer bepaalde lichamen steeds opnieuw het referentiebeeld worden, kan gemakkelijk het idee ontstaan dat een penis een bepaalde lengte of dikte hoort te hebben. En bij mannen komt daar vaak nog een andere laag bij: de penis moet niet alleen aan een uiterlijk ideaal voldoen, hij moet ook presteren.


Kan ik een erectie krijgen? Kan ik hem houden? Ben ik groot genoeg? Houd ik het lang genoeg vol? Kan ik mijn partner bevredigen?

Dan wordt een penis bijna een examen dat iedere keer opnieuw gehaald moet worden.

En waar blijft plezier wanneer een lichaamsdeel voortdurend moet presteren?


Een vulva hoeft niet perfect te zijn en een penis hoeft niets te bewijzen

Misschien is dat uiteindelijk een van de belangrijkste dingen die ik onze deelnemers wil meegeven.

Onze genitaliën zijn geen visitekaartje.

Een vulva hoeft niet aan een schoonheidsideaal te voldoen en een penis hoeft geen bewijs van mannelijkheid te zijn. Het zijn lichaamsdelen die mogen voelen, plezier kunnen ervaren en geven, maar die ook pijn, geboorte, ziekte, ouder worden en verandering kunnen meemaken.

Normaliseren betekent voor mij ook niet dat iedereen verplicht voor de spiegel moet staan en zijn of haar genitaliën prachtig moet vinden. Voor sommige mensen is de relatie met dit deel van het lichaam ingewikkeld en dat mag zo zijn.

Het betekent dat we erover leren spreken zonder dat er automatisch een sluier van geheim, prestatie of schaamte overheen hoeft te vallen.


Waarom dit voorafgaat aan intiem lichaamswerk

Daarom beginnen we binnen de Intimacy and Shadow Work Practitioner-opleiding van Yuman Art niet zomaar met intieme massage. We bouwen daar zorgvuldig naartoe.

Wanneer je later werkt met sensuele, erotische of seksuele massage, met yoni- of lingammassage of met andere vormen van intiem lichaamswerk, ontmoet je namelijk niet alleen anatomie.

Je ontmoet ook iemands geschiedenis.


Misschien raak je een lichaamsdeel aan waar iemand zich al twintig jaar voor schaamt. Misschien is iemand daar geopereerd, bevallen of medisch onderzocht. Misschien heeft iemand grensoverschrijding meegemaakt. Misschien is aanraking verbonden geraakt met prestatie of pleasing. En misschien is datzelfde gebied juist een enorme bron van plezier en levenskracht.

Dat weet je niet door alleen naar een lichaam te kijken.

Je moet leren vragen, luisteren en afstemmen. Je moet kunnen verdragen dat iemand andere woorden gebruikt dan jij en begrijpen dat consent gedurende een ervaring kan veranderen. En je moet vooral niet denken dat jij als lichaamswerker weet wat een ander lichaam nodig heeft voordat de persoon die in dat lichaam woont dat zelf heeft kunnen aangeven.

Daarom begint intiem lichaamswerk voor mij veel eerder dan bij de eerste aanraking.

Het begint bij hoe we kijken.


Misschien hoeven we schaamte minder normaal te maken

Als ik terugdenk aan die avond, denk ik daarom niet als eerste aan de naaktheid. Ik denk aan hoe iets wat in het begin spannend en beladen was langzaam gewoner werd. Aan vrouwen die verhalen vertelden die ze niet gemakkelijk vertelden, aan verdriet en humor, aan nieuwsgierigheid en aan de verbazing over hoeveel echte lichamen van elkaar verschillen.

Ik denk aan vrouwen die naar elkaar konden kijken zonder elkaar te keuren.

En ik denk aan de mannen die later hun eigen onzekerheid begonnen te verwoorden en ontdekten dat ook hun schaamte niet individueel was.

Misschien hoeven we seksualiteit en genitaliën helemaal niet minder bijzonder te maken. Misschien hoeven we alleen schaamte minder vanzelfsprekend te maken.

Want seksuele vrijheid begint voor mij niet bij een spectaculaire seksuele ervaring en ook niet bij wat iemand anders met ons lichaam kan doen. Misschien begint ze veel eerder, op een stiller moment waarop we onze eigen blik beginnen terug te nemen van alle beelden, normen en verwachtingen die ons hebben verteld hoe we eruit zouden moeten zien.


Wanneer je een spiegel pakt en werkelijk kijkt naar een lichaam dat niet gefilterd, geselecteerd, opgepoetst of door AI gegenereerd is, maar geleefd heeft.

Jouw lichaam.

En misschien langzaam kunt ontdekken dat het niet eerst verbeterd hoeft te worden voordat het helemaal van jou mag zijn.

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page