top of page
Zoeken

Rosemarijn vertelt #04 - Wat als er in je schaduw geen wond, maar kracht verborgen ligt?

  • 16 aug
  • 13 minuten om te lezen

Verhalen uit het veld over intimiteit, relaties, lichaam en schaduw

Over seksueel trauma, Jungiaans schaduwwerk, lichaamswerk en het terugvinden van vrouwelijke kracht

















“Ik wil heel graag, maar ik weet niet of ik het aandurf”

Ze kende mij al een tijd. Ze had bij mij zowel level 1 als level 2 van de Kundalini lichaamswerk-opleiding gevolgd en ik had haar gedurende die periode een enorme weg zien afleggen. Toen ze hoorde dat we bij Yuman Art met de nieuwe Intimacy and Shadow Work Practitioner-opleiding begonnen, kwam ze naar me toe. Ze was geïnteresseerd, eigenlijk heel erg geïnteresseerd, maar tegelijkertijd was ze bang.


Deze vrouw droeg een geschiedenis van ernstig seksueel trauma met zich mee en had een zware periode van posttraumatische stress gekend. Ze had in haar leven ongelooflijk veel gedaan om te begrijpen wat haar was overkomen en om opnieuw een relatie met haar lichaam, haar emoties en haar levenskracht op te bouwen. Ze had verschillende vormen van therapie en persoonlijke ontwikkeling onderzocht en uiteindelijk ook de moed gevonden om bij mij met Kundalini lichaamswerk te beginnen.


Wat ik altijd bijzonder aan haar heb gevonden, is haar bereidheid om te kijken. Ze liep niet weg voor moeilijke lagen. Juist wanneer iets pijnlijk, confronterend of spannend werd, zat er in haar ook een deel dat wilde weten: wat is hier nog te ontmoeten?


Tijdens level 1 en 2 kwam er ontzettend veel in beweging. Er ontstond ruimte voor verdriet dat lang was vastgehouden, voor woede, schaamte en schuld, en voor lichamelijke ervaringen die eerder moeilijk toegankelijk waren geweest. We werkten onder andere met diepe fasciale lagen en met wat binnen bepaalde lichaamsgerichte tradities armouring wordt genoemd: de beschermende spanning waarmee een lichaam zich als het ware kan verharden om te kunnen blijven functioneren.


Ook rond haar bekkengebied kwam veel beweging. Langzaam ontstond er meer ruimte voor haar beleving van vrouwelijke energie en voor een kracht die in eerste instantie nog nauwelijks woorden leek te hebben. Soms voelde ik iets bijna archetypisch om haar heen, iets wat ik zelf als een hogepriesteres zou omschrijven: waardig, oud, instinctief en diep verbonden met een vrouwelijke kracht die niet klein was.


Ze had al zoveel aangeraakt en toch bleef er na die opleidingen een gevoel in haar bestaan dat er nog iets zat waar ze niet werkelijk bij kon.

Toen ze mij vroeg of de Intimacy and Shadow Work Practitioner-opleiding iets voor haar zou kunnen zijn, voelde ik daarom vrij snel: ja, dit zou weleens een volgende stap kunnen zijn. Niet omdat ik wist wat er zou gebeuren. Dat weet je nooit wanneer je werkelijk met iemand werkt.

Maar omdat ik al vanaf het begin iets in haar zag wat zij zelf nog nauwelijks kon zien.


Soms zie je bij iemand een kracht die nog geen plek heeft gekregen

Wanneer je jarenlang mensen begeleidt, leer je voorzichtig te zijn met wat je denkt te zien. Een therapeut of opleider moet niet het verhaal van een ander gaan schrijven. Ik kan nooit beslissen wie iemand “werkelijk” is of welk deel iemand zogenaamd moet ontwikkelen.

Tegelijkertijd gebeurt er soms iets wat ik moeilijk anders kan omschrijven dan herkennen.


Vanaf mijn eerste ontmoetingen met deze vrouw voelde ik een uitgesproken kwaliteit in haar. Een grote kracht, een vermogen tot leiderschap en een soort natuurlijke autoriteit.

Als ik het in de taal zou zeggen die later tijdens haar proces belangrijk werd, dan zou ik zeggen: ik voelde een meesteres in haar. Een dominatrix.

Niet als een stereotype. Niet als het clichébeeld van leer, hoge laarzen en een zweep. Dat is niet wat ik bedoel.

Ik voelde een vrouw die een ruimte zou kunnen dragen. Iemand die heel duidelijk kon zijn zonder hard te hoeven worden. Iemand bij wie een ander misschien juist kon ontspannen omdat zij niet twijfelde aan haar eigen aanwezigheid. Ik voelde richting, begrenzing en een vorm van vrouwelijk leiderschap die niet voortkwam uit controle, maar uit belichaming.

Alleen zat die kracht diep verborgen.


In mijn verbeelding zag ik haar bijna ergens beneden in een innerlijke kelder zitten. Niet verdwenen, maar afgesloten van het dagelijks bewustzijn.

En dat beeld is me bijgebleven, omdat we bij schaduwwerk vaak denken dat we naar zo’n kelder afdalen om daar opnieuw pijn tegen te komen. We verwachten een oude wond, een angst, een stuk schaamte, iets moeilijks dat nog geheeld moet worden.

Maar soms ligt er in die kelder iets heel anders.

Soms zit daar juist een kracht die ooit te groot, te gevaarlijk of te onverenigbaar was met het leven dat iemand moest leiden.


De schaduw bevat niet alleen wat we afwijzen, maar ook wat we nog niet durven bezitten

Dat is een van de dingen die ik zo waardeer aan het Jungiaanse werk. De schaduw bestaat niet alleen uit onze zogenaamd negatieve eigenschappen. In de schaduw kunnen ook kwaliteiten terechtkomen die we niet hebben kunnen ontwikkelen of waarvan we op een bepaald moment in ons leven hebben geleerd dat ze niet veilig waren om te tonen.


Onze autonomie kan daar zitten. Onze woede. Onze seksualiteit. Ons leiderschap. Onze instinctieve kracht. Ons vermogen om nee te zeggen, om ruimte in te nemen, om te weten wat we willen en daar niet onmiddellijk excuses voor te maken.

Voor iemand die diep gewond is geraakt in seksualiteit en intimiteit kan het begrijpelijk zijn dat jarenlang vooral de kwetsbare kant aandacht vraagt. Veiligheid herstellen, leren voelen waar een grens ligt, opnieuw vertrouwen krijgen in het eigen lichaam en langzaam onderzoeken wat nabijheid überhaupt nog betekent: dat kan een enorme reis zijn.

Maar op een bepaald moment kan zich naast de vraag wat is er in mij gewond? ook een andere vraag aandienen.

Waar is mijn kracht gebleven?

Dat waren twee verschillende vragen, en bij deze vrouw begon ik steeds sterker te voelen dat die tweede vraag zich wilde laten horen.


Hoe dichter ze bij die kracht kwam, hoe meer haar beschermers zich begonnen te roeren

Ze besloot de opleiding te gaan doen. En bijna vanaf het begin zag ik hoe spannend dat voor haar was.


Voor iedere opleidingsdag kwamen er berichten. WhatsApps, mails, twijfel. Ze wilde komen, maar tegelijkertijd waren er delen die haar het liefst thuis wilden houden. Ze kon soms volledig terechtkomen in een heel jong en angstig deel van zichzelf, een innerlijk kind dat veiligheid zocht en helemaal niet zat te wachten op nog meer verandering.


Daaromheen begonnen andere beschermers steeds harder te werken. Haar innerlijke criticus werd luidruchtiger, haar oordelende deel kreeg steeds meer te zeggen en er ontstonden allerlei argumenten waarom iets misschien niet goed was, niet klopte of waarom ze zich beter terug kon trekken.

Soms zag ik haar ook bondjes zoeken met andere deelnemers. Ze zocht bevestiging buiten zichzelf en probeerde op die manier als het ware een gezamenlijk verhaal te creëren dat haar bescherming bood tegen wat er vanbinnen gebeurde.

Wat dit proces zo bijzonder maakte, was dat ze daar zelf bewustzijn op had. Ze kon haar eigen patronen waarnemen. Ze kon herkennen dat ze bondjes smeedde, dat haar criticus actief was, dat een jong deel bang was en dat er een saboterende beweging in haar zat.


Maar bewustzijn betekent nog niet automatisch dat je iets kunt stoppen.

We kunnen heel goed weten dat we een patroon herhalen en er tegelijkertijd volledig door worden meegenomen. Dat is misschien wel een van de meest nederige lessen in therapie en schaduwwerk: inzicht is belangrijk, maar inzicht alleen is niet altijd genoeg.

Terwijl ik haar zo zag worstelen, begon ik me steeds sterker af te vragen of al die beschermende delen alleen probeerden te voorkomen dat ze opnieuw pijn zou voelen.


Misschien beschermden ze haar óók tegen iets anders.

Tegen haar eigen omvang.


We beschermen onszelf soms net zo hard tegen kracht als tegen pijn

We zijn gewend om te denken dat verdedigingsmechanismen ons beschermen tegen kwetsbaarheid, herinneringen en pijn. En natuurlijk doen ze dat vaak.

Maar kracht kan óók bedreigend zijn.


Werkelijk leiderschap innemen kan spannend zijn. Een helder nee kan spannend zijn. Je eigen seksualiteit bezitten kan spannend zijn. Niet meer aanpassen aan wat anderen prettig vinden kan spannend zijn. Je stem gebruiken en merken dat die effect heeft op een ander kan zelfs angst oproepen.


Voor iemand die ooit heeft moeten leren dat veiligheid ontstaat door klein te blijven, te scannen wat de ander nodig heeft, te pleasen of zo weinig mogelijk aanleiding te geven tot conflict, kan volwassen kracht bijna gevaarlijk aanvoelen.

Dan is het misschien niet alleen het gewonde kind dat bang is om opnieuw gekwetst te worden.

Dan kan dat kind ook bang zijn voor de volwassen vrouw die ineens naar voren komt en zegt: ik ben hier, ik bepaal mee, ik weet wat ik wil en ik hoef mezelf niet kleiner te maken om veilig te blijven.

Ik begon steeds meer te voelen dat er bij deze deelnemer precies zo’n beweging gaande was.

En toen kwam er een driedaagse die alles veranderde.


De dag dat er een professionele meesteres voor haar stond

Tijdens de opleiding nodigden we een professionele BDSM-meesteres uit om een aantal dagen met de groep te werken. Ze vertelde over haar vak, over dominantie en submission, over de verantwoordelijkheden van degene die leidt en over de zorgvuldigheid die nodig is wanneer je met macht en overgave werkt.

Ze gaf ook demonstraties.


Ik weet nog dat ik niet alleen naar haar keek.

Ik keek vooral naar mijn deelnemer. Terwijl zij naar deze meesteres zat te kijken, begon er iets in haar lichaam te gebeuren. Ze begon te trillen, te zweten en zichtbaar te reageren op wat ze voor zich zag.


Het was alsof er geen gewone interesse werd geactiveerd, maar herkenning.

Dat vond ik ongelofelijk om te zien.

De vrouw voor haar belichaamde precies een kwaliteit waarvan ik al zo lang had gedacht: daar zit bij jou iets van.


Alleen kon ik dat natuurlijk wel voelen en benoemen, maar daar had zij zelf nog niet zoveel aan. Soms moet je iets niet verteld krijgen. Soms moet je het ontmoeten in een ander lichaam.


Daar zat ze nu tegenover iemand die haar eigen dominantie volledig bezat. Niet gespeeld, niet opgeblazen en niet agressief. Het was gewoon een kwaliteit die er mocht zijn.

En het lichaam van mijn deelnemer antwoordde daarop.


Soms ontmoeten we ons eigen potentieel eerst als projectie

Binnen Jungiaans werk vind ik dat een fascinerende beweging. We kunnen eigenschappen die we zelf nog niet kunnen toe-eigenen heel sterk in een ander ervaren. Soms bewonderen we iemand, soms zijn we jaloers, soms worden we geïrriteerd of voelen we bijna een magnetische aantrekking.

Dat betekent natuurlijk niet dat iedere fascinatie automatisch een projectie is.

Maar soms staat er iemand tegenover ons die een kwaliteit draagt die wij nog niet als de onze kunnen herkennen. Dan wordt de ander tijdelijk een soort scherm waarop iets zichtbaar wordt wat nog aan de rand van ons bewustzijn leeft.

Ik zag daar iets dergelijks gebeuren.


Deze professionele meesteres hoefde niets bij haar los te maken. Ze hoefde haar niet te overtuigen, geen rol toe te kennen en al helemaal niet te vertellen dat zij óók zo moest worden.

Ze hoefde alleen maar zichzelf te zijn.

En juist daarin ontstond de spiegel. Alsof het lichaam van mijn deelnemer zei: dit ken ik. Misschien nog niet bewust, maar ik ken dit.


Toen kreeg ze zelf het touw in handen

Na de demonstraties gingen de deelnemers zelf oefenen met verschillende dynamieken rond dominantie en submission.

En op een gegeven moment kreeg deze vrouw touw in haar handen en begon ze met shibari te werken.

Ik had haar in de maanden daarvoor zo vaak zien twijfelen. Ik had haar jonge delen gezien, haar innerlijke criticus gehoord, haar behoefte aan bevestiging waargenomen en gezien hoe ingewikkeld het voor haar kon zijn om eenvoudigweg op haar eigen autoriteit te vertrouwen.


Maar toen ze daar stond, gebeurde iets totaal anders.

Ze hoefde niet te zoeken naar haar rol. Ze pakte de energie onmiddellijk op.

Niet alsof ze toneelspeelde of probeerde na te doen wat ze zojuist had gezien. Ze leek eerder ergens in zichzelf terecht te komen wat er al die tijd al was geweest.

Ze nam de leiding met een vanzelfsprekendheid die mij ontroerde.

Degene tegenover haar voelde dat ook. Omdat zij werkelijk duidelijk was en haar positie droeg, kon de ander veel gemakkelijker zakken in de submissive kant van de oefening. Er hoefde niet voortdurend onderhandeld te worden over wie de leiding nam, omdat die rol vooraf consensueel en duidelijk was afgestemd en vervolgens ook werkelijk werd belichaamd.


Dat is voor mij een belangrijk onderscheid binnen het werken met dominantie en submission. Macht die wordt genomen zonder afstemming is iets totaal anders dan macht die bewust wordt aangeboden, gegeven, ontvangen en begrensd.

Juist wanneer degene die leidt verantwoordelijkheid kan dragen, kan er voor de ander ruimte ontstaan om los te laten.

En dat gebeurde daar voor mijn ogen.


De vrouw die altijd al in de kelder had gezeten, kwam naar boven

Ik had haar eerder omschreven als een meesteres in de kelder.

En ineens stond ze daar.


Wat me vooral raakte, was dat haar kracht niet hard werd.


Ze hoefde niemand kleiner te maken om groot te zijn. Ze hoefde niet te schreeuwen, te bewijzen of iemand te overheersen vanuit onzekerheid. Er zat iets kalms in haar dominantie.

Ik ervoer er een heel hartgedragen kwaliteit in.


Archetypisch zou ik zeggen dat daar iets van de dark feminine én de dark masculine samenkwam. Een vrouwelijke instinctieve kracht, een vermogen om te voelen en aanwezig te blijven, gecombineerd met een duidelijke richtinggevende energie die wist waar ze heen wilde.


Niet als twee tegengestelden, maar alsof ze elkaar eindelijk konden dragen.

En misschien was dat ook wat deze vrouw al die tijd nodig had gehad.

Niet meer vrouwelijkheid in de zachte betekenis van het woord. Niet nog meer kwetsbaarheid.

Maar een vrouwelijkheid waarin ook macht, richting, instinct en leiderschap welkom waren.


Wat als het volgende stuk heling niet nog dieper in de wond ligt?

Dat is een vraag die na deze ervaring bij mij bleef hangen.

Zeker bij mensen die al jarenlang intensief aan zichzelf werken, kan er bijna een vanzelfsprekendheid ontstaan dat er altijd nog een diepere wond gevonden moet worden.

Er is nog trauma. Nog een laag. Nog een blokkade. Nog iets in het lichaam wat losgelaten moet worden.

Maar soms is dat misschien niet de volgende beweging.

Soms heeft iemand al ontzettend lang naar de gewonde delen gekeken. Misschien is er dan een moment waarop niet opnieuw het verleden centraal hoeft te staan, maar de vraag wat er in het heden wil ontstaan.


Niet alleen: wat is mij overkomen?

Maar: wie kan ik worden wanneer wat mij is overkomen niet langer mijn volledige identiteit bepaalt?


Voor deze vrouw voelde haar ontmoeting met dominantie voor mij als zo’n moment.

Niet omdat BDSM haar trauma oploste. Niet omdat shibari een behandeling voor PTSS werd. Maar omdat ze toegang kreeg tot een kant van zichzelf die niet uitsluitend georganiseerd was rondom dat wat haar was aangedaan.

Dat vind ik een essentieel verschil.


Van het gewonde deel naar de volwassen drager

Na die driedaagse verdween haar geschiedenis natuurlijk niet. Trauma werkt niet zo. Haar jonge delen bestonden nog steeds en ook angst, verdriet en oude patronen verdwenen niet door één krachtige ervaring.

Maar haar verhouding tot die delen begon wel te veranderen.

Er was nu iets bijgekomen.

Een volwassen kracht.

Ze kon steeds meer vanuit die kracht naar haar kwetsbaarheid kijken. Niet als iemand die haar gewonde delen moest wegduwen, maar als iemand die ze kon dragen.


Voor mij is dat een belangrijk aspect van heling.

Het doel is niet dat we onze innerlijke kinderen kwijtraken. Die dragen onze geschiedenis en vaak ook veel gevoeligheid, creativiteit en waarheid. Maar we willen ook niet dat zij uiteindelijk ons volwassen leven moeten besturen.

Er moet iemand in ons zijn die de deur kan openen wanneer het kind bang is.

Een volwassen aanwezigheid die kan zeggen: ik zie je, ik geloof je, ik begrijp waarom je bang bent, en ik ben hier nu om voor ons te zorgen.

Bij deze vrouw begon haar nieuw ontdekte leiderschapskracht steeds meer zo’n functie te krijgen.


Haar kracht veranderde ook haar werk met anderen

Wat mij bovendien raakte, was dat deze ontwikkeling niet alleen iets in haar persoonlijke leven veranderde.

Ze had zelf een coachpraktijk en werkte met mensen die onder andere ervaringen met seksueel trauma meedroegen. Naarmate ze haar eigen kracht meer kon dragen, leek ze ook steviger aanwezig te kunnen zijn bij anderen.

Niet omdat haar eigen verhaal ineens een universeel model werd. Integendeel. Juist iemand die dit werk werkelijk doet, weet dat iedere traumageschiedenis anders is en dat wat voor de één betekenisvol is voor een ander totaal niet passend hoeft te zijn.

Maar haar eigen innerlijke landschap was groter geworden.

Ze kende niet meer alleen de taal van kwetsbaarheid.

Ze kende ook de taal van kracht.

En misschien maakte dat haar vermogen om beide bij een ander te herkennen ruimer.


Waarom we binnen de opleiding ook werken met macht, overgave en kink

Dit verhaal is voor mij ook een voorbeeld van waarom we binnen de Intimacy and Shadow Work Practitioner-opleiding van Yuman Art bewust ruimte maken voor onderwerpen die in klassieke therapeutische opleidingen soms minder vanzelfsprekend zijn.

We werken met lichaam, intimiteit, seksualiteit en verlangen, maar ook met macht, controle, overgave en waar passend met elementen uit kink, BDSM en shibari.


Niet omdat iedereen dat moet willen ervaren en zeker niet omdat kink of BDSM een traumabehandeling zou zijn. Voor sommige mensen met een traumageschiedenis kunnen bepaalde ervaringen juist onveilig, activerend of dissociatief zijn, waardoor zorgvuldige afstemming en professionele kennis belangrijk zijn. Hedendaags onderzoek laat ook zien dat de relatie tussen trauma en BDSM complex is en niet gereduceerd kan worden tot de gedachte dat BDSM simpelweg door trauma ontstaat of trauma geneest.


Binnen traumawerk blijft bovendien belangrijk om onderscheid te maken tussen persoonlijke ervaringen die betekenisvol kunnen zijn en behandelingen waarvoor daadwerkelijk wetenschappelijke evidentie bestaat; actuele professionele richtlijnen voor PTSS zijn daar zorgvuldig in.

Daarom gaat het binnen onze opleiding niet over iemand ergens doorheen duwen.

Het gaat over leren kijken.


Kun je voelen wanneer iemand werkelijk kiest? Kun je consent voortdurend blijven waarnemen? Kun je een grens respecteren zonder die als weerstand te willen “doorbreken”? Kun je als professional je eigen fascinatie, angst of oordeel buiten de ervaring van de ander houden?

En kun je tegelijk openstaan voor het feit dat er soms op onverwachte plekken delen van onszelf zichtbaar worden die we nog nooit werkelijk hebben ontmoet?

Misschien zit er in de kelder niet alleen pijn

Wanneer ik nu aan deze vrouw denk, denk ik nog steeds aan die kelder.

Jarenlang was er veel reden geweest om naar beneden te gaan en daar de pijn te ontmoeten. Om ruimte te maken voor verdriet, angst, schaamte en datgene wat haar lichaam had moeten dragen.

Dat werk was waardevol.


Maar uiteindelijk bleek er beneden nog iemand te zitten. Niet opnieuw een gewond kind. Niet nog een slachtoffer.

Maar een volwassen vrouw die al die tijd nauwelijks plaats had gekregen.

Een vrouw die kon leiden. Die kracht kon dragen. Die erotiek niet alleen hoefde te ondergaan, maar zelf richting kon geven. Die niet voortdurend hoefde te vragen of ze teveel was.


Misschien is dat wel een van de meest ontroerende mogelijkheden van schaduwwerk.


Dat we afdalen omdat we denken dat we daar alleen maar iets moeilijks zullen vinden en ineens ontdekken dat een deel van onze levenskracht óók in de schaduw terecht is gekomen.


Niet omdat die kracht verkeerd was. Misschien was het ooit alleen te vroeg om haar te dragen.

En wanneer er later genoeg veiligheid, bewustzijn en volwassenheid ontstaat, kan die oude kelderdeur opnieuw opengaan.

Dan hoeft wat daar zit niet langer opgesloten te blijven.

Dan kan de vrouw die jarenlang heeft gewerkt aan haar wonden langzaam ontdekken dat heling niet alleen betekent dat zij steeds minder last heeft van wat haar is overkomen.

Het kan ook betekenen dat zij steeds meer ruimte inneemt als degene die ze geworden is.

En soms blijkt dat precies de kracht te zijn die al die tijd op haar heeft gewacht.

 

 
 
 

Opmerkingen


bottom of page